Miljoen Nederlanders kunnen niet terecht bij sportclub naar keuze

Ruim een miljoen Nederlanders kon het afgelopen jaar niet direct terecht bij de sportvereniging van hun voorkeur. NOC*NSF vraagt het kabinet om 50 miljoen euro voor uitbreiding van de sportcapaciteit.

Voetballers trainen op een sportveld bij een vereniging
Voetballers trainen op een sportveld bij een vereniging · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Ruim één miljoen Nederlanders, ongeveer 8 procent van de volwassen bevolking, kon het afgelopen jaar niet meteen terecht bij de sportvereniging van hun keuze. In bijna driekwart van de gevallen kwam dat door beperkte ruimte en financiële problemen bij verenigingen, blijkt uit onderzoek van Verian in opdracht van sportkoepel NOC*NSF.

NOC*NSF doet voorafgaand aan het sportdebat in de Tweede Kamer een beroep op het kabinet om 50 miljoen euro beschikbaar te stellen. Met dat geld moet de capaciteit van sportverenigingen worden vergroot. Volgens de sportkoepel kunnen clubs de groeiende vraag nu vaak niet opvangen.

Wachtlijsten en ledenstops

Eén op de tien sportverenigingen in Nederland werkt met een ledenstop of wachtlijst. In de Randstad en andere stedelijke gebieden geldt dat zelfs voor één op de vijf clubs. Verenigingen hebben daar vaak onvoldoende ruimte om hun sportcomplex uit te breiden.

Daarnaast hebben clubs moeite om accommodaties aan te passen en oplopende kosten voor energie, huur en onderhoud te betalen. Daardoor kunnen zij niet altijd extra leden aannemen, ook als daar wel vraag naar is. Voor sporters wordt het bovendien steeds moeilijker om een geschikt moment en een passende locatie te vinden.

Van de mensen die niet direct bij hun favoriete vereniging terechtkunnen, wacht een kwart totdat er een plek vrijkomt. Een even groot aandeel stopt door de belemmeringen tijdelijk of definitief met sporten. Ongeveer 14 procent kiest voor een andere sport. Een kleiner deel zoekt een andere vereniging waar de gewenste sport wel meteen kan worden beoefend.

Grote behoefte aan verenigingssport

De cijfers laten tegelijk zien dat de belangstelling voor sport groot is. Van de volwassenen sport 69 procent regelmatig. Negentien procent doet dat bij een sportvereniging.

Ook kinderen en jongeren worden geraakt door de beperkte capaciteit. Volgens NOC*NSF kunnen zij niet altijd sporten op de gewenste tijd of locatie, waardoor de toegankelijkheid van verenigingssport onder druk staat.

„Verenigingen en hun bestuurders willen graag, maar ze worden steeds meer beperkt door gebrek aan ruimte”, zegt Marc van den Tweel, algemeen directeur van NOC*NSF. De sportkoepel pleit daarom voor structurele financiering om verenigingen op langere termijn meer mogelijkheden te geven.

Lees ook