De zeventiende rit van de Tour de France start in Chambéry en finisht in Voiron. Het parcours oogt op papier vlak, maar telt ongeveer 2.400 hoogtemeters. Daardoor is de etappe lastig te controleren voor ploegen die op een massasprint mikken.
De zwaarste beklimmingen liggen vroeg in de rit. Na ongeveer tien kilometer begint een klimfase van zo'n dertig kilometer, met als hoogste punt de Col des Prés van de derde categorie. De laatste 3,5 kilometer van die beklimming stijgen gemiddeld met 6,6 procent.
Na een afdaling terug naar Chambéry volgt halverwege de ongecategoriseerde Col de Couz. Daarna blijft het parcours golven, al ligt de laatste belangrijke hindernis op 85 kilometer van de finish. De tussensprint in Colombe ligt op ongeveer 30 kilometer van de eindstreep.
Aanvallers krijgen mogelijkheden
In de finale wacht de klim naar La Commanderie, 2,5 kilometer aan gemiddeld 3,5 procent. De top ligt op drie kilometer van de finish in Voiron. De laatste 35 kilometer van de etappe lopen grotendeels bergaf, wat achtervolging op een ontsnapte groep moeilijk kan maken.
Mathieu van der Poel kan profiteren van een rit waarin explosiviteit, dalen en inhoud samenkomen. De Nederlander reed de tijdrit een dag eerder zonder daar een hoofddoel van te maken. Zijn ploeg Alpecin-Premier Tech kan ook kiezen voor Jasper Philipsen, maar een sprint met een compleet peloton lijkt door het parcours minder waarschijnlijk.
Mads Pedersen geldt als een van de snelste renners die de klimmetjes kan overleven. De drager van de groene trui kan rekenen op Lidl-Trek-ploeggenoten Quinn Simmons en Mathias Vacek. Pedersen zal vermoedelijk extra aandacht krijgen van concurrenten, juist vanwege zijn positie in het puntenklassement.
Ook Tom Pidcock behoort tot de kandidaten voor een aanval. De Brit van Pinarello-Q36.5 staat in het algemeen klassement op voldoende afstand om ruimte te kunnen krijgen. Mauro Schmid, Michael Matthews, Luke Plapp en Jasper Stuyven zijn andere renners die baat kunnen hebben bij een koers met een grote kopgroep.
Of de vlucht vooruit blijft, hangt mede af van de bereidheid van sprintploegen om de koers te controleren. Na het uitvallen van Tim Merlier zijn er minder ploegen met een uitgesproken snelle man die zo'n zware etappe volledig naar hun hand kunnen zetten.



