Wethouder Van der Horst kende kostenstijging Oostbrug voor verkiezingen

Amsterdamse wethouder Melanie van der Horst wist vóór de gemeenteraadsverkiezingen dat de Oostbrug mogelijk 650 tot 850 miljoen euro zou kosten. Toch bleven lagere bedragen in officiële stukken staan en werd de gemeenteraad niet geïnformeerd.

Wethouder Melanie van der Horst in Amsterdam aan het IJ
Wethouder Melanie van der Horst in Amsterdam aan het IJ · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Uit ambtelijke documenten blijkt dat wethouder Melanie van der Horst vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 op de hoogte was van een sterke stijging van de verwachte kosten voor de Oostbrug over het IJ. De raming lag op dat moment tussen 650 en 850 miljoen euro. In officiële stukken bleef echter het eerder gereserveerde bedrag van 325 miljoen euro staan.

Van der Horst was tijdens de verkiezingscampagne wethouder en lijsttrekker van D66. De documenten zijn openbaar geworden na een beroep op de Wet open overheid. Daaruit blijkt dat ambtenaren al in november 2025 bespraken hoe en wanneer de nieuwe financiële cijfers naar buiten moesten komen.

Nieuwe raming lag klaar

Op 26 november 2025 werd vastgelegd dat een geactualiseerde raming op tijd beschikbaar moest zijn voor het stadsbestuur en de coalitieonderhandelingen na de verkiezingen. Begin december kwam de definitieve berekening bij de betrokken ambtenaren binnen. De omvang van de stijging leidde intern tot terughoudendheid over verdere verspreiding van de cijfers.

Tijdens bestuurlijk overleg op 12 februari 2026 waren de nieuwe bedragen volgens de documenten bekend bij Van der Horst en de ambtelijke organisatie. Toch werd besloten in een investeringsnota de oude bedragen te blijven gebruiken. Alleen een algemene waarschuwing over mogelijke hogere kosten werd toegevoegd. Ook kreeg de gemeenteraad geen afzonderlijke voortgangsrapportage over de tweede helft van 2025.

Als reden voor die keuze werden onder meer de naderende verkiezingen genoemd. De raad was kort daarvoor al geïnformeerd over een andere nota over de Oostbrug. In die nota stond niet dat de veel hogere kostenraming intern al beschikbaar was.

Op 10 maart, acht dagen voor de verkiezingen, kreeg Van der Horst nog een presentatie waarin de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro verder werd uitgewerkt. Daarmee was de wethouder kort voor de stembusgang op de hoogte van de onderliggende berekening.

Uitspraken tijdens campagne

Tijdens een verkiezingsdebat zei Van der Horst dat de bruggen over het IJ er zouden komen. Ook noemde zij de oeververbinding in een radio-interview een van de belangrijkste resultaten van de vorige bestuursperiode. De wethouder zei daarbij: "We hebben geld voor bruggen over het IJ. Amsterdam-Noord is al heel lang niet goed verbonden met de stad en ik vind het heel mooi dat we het nu gaan doen."

De nieuwe raming kwam pas begin juni naar buiten, toen stukken voor de coalitieonderhandelingen werden gepubliceerd. De Oostbrug wordt gefinancierd door de gemeente Amsterdam en de Vervoerregio. Op basis van de oude raming zouden beide partijen ongeveer 162,5 tot 168 miljoen euro bijdragen. Of de Vervoerregio extra geld beschikbaar stelt, is nog niet duidelijk.

Lees ook