Het kabinet komt terug op het plan om nachtelijke kamerinsluiting in de gesloten jeugdzorg opnieuw toe te staan. Minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport heeft besloten de voorgenomen wetswijziging niet door te zetten.
Sinds 2024 mogen jeugdzorginstellingen jongeren niet meer ’s nachts in hun slaapkamer opsluiten. In de praktijk gebeurt dat volgens instellingen nog steeds. Zij zeggen dat dit soms nodig is wanneer een jongere een gevaar vormt voor medewerkers of andere bewoners en er geen andere oplossing beschikbaar is.
Het vorige kabinet wilde daarom onder strikte voorwaarden toestaan dat de slaapkamerdeur ’s nachts op slot gaat. Dat zou alleen mogen bij een ernstig risico voor de omgeving. Na gesprekken met ervaringsdeskundigen en medewerkers in de jeugdzorg concludeert Sterk dat de maatregel te ingrijpend is en dat de noodzaak niet overtuigend is aangetoond.
Risico op normalisering
Volgens de minister bestaat bovendien het gevaar dat opsluiting geleidelijk een gebruikelijke maatregel wordt. Dat risico is volgens haar extra groot door het tekort aan personeel in de jeugdzorg. Een maatregel die bedoeld is voor uitzonderlijke situaties zou daardoor mogelijk steeds vaker worden ingezet.
Sterk erkent tegelijkertijd dat instellingen voor moeilijke situaties staan. Het gaat volgens haar vaak om jongeren met een forensisch profiel. Op groepen kunnen bijvoorbeeld problemen ontstaan door ronselen, rivaliteit tussen bendes of seksueel grensoverschrijdend gedrag.
‘Het gaat hierbij meestal om jongeren met een forensisch profiel waarbij er sprake is van ronselen of rivaliserende bendes op één groep, of seksueel overschrijdend gedrag’, schrijft Sterk aan de Tweede Kamer. De minister wil met jeugdzorginstellingen bespreken hoe zij beter met dergelijk gedrag kunnen omgaan zonder de mogelijkheid tot nachtelijke opsluiting opnieuw in de wet op te nemen.
De gesloten jeugdzorg wordt de komende jaren verder afgebouwd. In deze instellingen verblijven jongeren met complexe gedragsproblemen. Vorige maand bood Sterk namens het kabinet, gemeenten en Jeugdzorg Nederland excuses aan voor het leed dat jongeren daar hebben ondervonden.



