De Amerikaanse president Donald Trump bepaalde in april 2025 dat de productie en raffinage van aardolie, evenals aanverwante activiteiten, essentieel waren voor de nationale defensie. Dat stond in een presidentieel memorandum.
Met de maatregel kon de Amerikaanse overheid financiële prikkels inzetten voor projecten in de fossielebrandstoffensector. Het ging onder meer om oliegerelateerde activiteiten, pijpleidingen en de opslag van vloeibare brandstoffen.
Beroep op wet uit de Koude Oorlog
Trump baseerde zijn besluit op de Defense Production Act. Die wet stamt uit de Koude Oorlog en geeft de Amerikaanse regering mogelijkheden om de productie van goederen die belangrijk zijn voor de nationale veiligheid te stimuleren.
Volgens het memorandum kon de wet worden gebruikt voor financiële prikkels voor energie-infrastructuur. Het besluit maakte daarmee de weg vrij voor mogelijke Amerikaanse financiering van projecten in de fossielebrandstoffensector.
De prijzen voor ruwe olie en diesel waren fors gestegen nadat de Verenigde Staten en Israël eind februari gezamenlijk Iran hadden aangevallen. Het conflict zette het wereldwijde energietransport onder druk.
Ook Oekraïense aanvallen op Russische raffinaderijen droegen bij aan zorgen over de beschikbaarheid van brandstoffen. Daardoor liepen de kosten voor olieproducten verder op.
De stijgende brandstofprijzen vormden een politiek risico voor Trump. Het besluit kwam in aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen van 3 november, waarbij de Republikeinse Partij volgens peilingen een aanzienlijk verlies tegemoet leek te gaan.
Met het beroep op de Defense Production Act koppelde Trump de inzet voor olieproductie en aanverwante activiteiten aan de nationale veiligheid en defensie van de Verenigde Staten.



