Mark Rutte heeft tijdens zijn tweede en laatste verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie over de corona-aanpak de belangrijkste keuzes van zijn kabinet verdedigd. Het voorkomen van een situatie waarin ziekenhuizen geen patiënten meer kunnen opnemen, stond volgens hem centraal. Dat doel woog zwaarder dan de maatschappelijke gevolgen van de maatregelen.
Rutte zei dat ingrepen zoals de avondklok en het sluiten van scholen in een volgende vergelijkbare crisis opnieuw nodig kunnen zijn. “Als je stuurt op code zwart, dan kom je uiteindelijk weer op een schoolsluiting uit, of een avondklok. Dat gaat volgende keer weer gebeuren, dat is dan onvermijdelijk”, zei hij tijdens het verhoor.
Met ‘code zwart’ wordt de situatie bedoeld waarin de zorg volledig overbelast raakt en er niet genoeg ziekenhuisbedden of personeel zijn voor alle patiënten. Volgens Rutte was het voorkomen daarvan het belangrijkste crisisdoel. Andere belangen, zoals onderwijs, sociale contacten en de economie, moesten daaraan worden ondergeschikt gemaakt.
Meer strategisch overleg
Rutte erkende wel dat de besluitvorming bij een volgende crisis anders kan worden ingericht. Hij zou dan iedere zes of acht weken een strategisch overleg met zijn ministers willen houden. In zo’n overleg zouden zij niet alleen de dagelijkse problemen bespreken, maar ook nagaan of het beleid nog effectief is, of alternatieven mogelijk zijn en of er voldoende aandacht is voor de nevenschade.
De commissie vroeg Rutte opnieuw of het kabinet tijdens de pandemie te veel vanuit een medisch perspectief naar de situatie keek. Ook kwam de vraag aan de orde of de sociale en economische gevolgen van de maatregelen voldoende zijn meegewogen. Rutte bleef erbij dat de bescherming van de zorg de juiste leidraad was, omdat het om een gezondheidscrisis ging.
Tijdens het verhoor werd hij ook geconfronteerd met de gevolgen van het bezoekverbod in verpleeghuizen. Sommige bewoners konden daardoor geen afscheid nemen van hun naasten. Rutte zei dat hij ervan uitging dat familieleden in de laatste levensfase wel afscheid konden nemen, als die mogelijkheid bekend was bij de betrokken instellingen.
De oud-premier sprak daarbij over een familielid dat tijdens de pandemie in een verpleeghuis overleed. Hij kon zelf afscheid nemen. De commissie stelde daarnaast vragen over de rol van Rutte als premier en over de vraag of het ministerie van Volksgezondheid tijdens de crisis niet te zwaar werd belast.



