Familierechters vinden dat het wetsvoorstel voor draagmoederschap moet worden aangepast. De wet is volgens hen een vooruitgang, maar voorkomt sommige grote problemen niet, zegt familierechter Annette Olland van de rechtbank Den Haag namens de rechters in Nederland.
Jaarlijks krijgen dertig tot vijftig Nederlandse gezinnen een kind met hulp van een draagmoeder. Een wettelijke regeling ontbreekt. Wensouders mogen niet openbaar op zoek naar een draagmoeder en wijken daarom in ruim de helft van de gevallen uit naar het buitenland.
In Nederland is de draagmoeder automatisch de juridische moeder. Wensouders moeten via juridische procedures het ouderschap en gezag regelen. Dat kan soms wel anderhalf jaar duren. In die periode kunnen zij bijvoorbeeld geen medische beslissingen over het kind nemen of ouderschapsverlof opnemen.
Het wetsvoorstel bepaalt dat wensouders en draagmoeder al voor de conceptie afspraken maken. Een rechter toetst die afspraken. Na de geboorte gaat het gezag direct naar de wensouders.
Rechters willen toetsing na geboorte
De familierechters willen ook na de geboorte kunnen controleren of alles goed is gegaan. “Wij denken dat het duidelijkheid geeft als wordt gekeken of afspraken van vóór de conceptie ook daadwerkelijk worden nagekomen”, zegt Olland.
Na de geboorte kunnen zaken anders blijken te liggen dan vooraf was afgesproken. Zo kan blijken dat de wensvader niet de genetische vader is, bijvoorbeeld omdat de draagmoeder door haar partner is bevrucht. De rechters pleiten daarom voor een controlemoment na de geboorte, met een verplichte DNA-test.
“Het kind moet gewoon 100 procent zeker weten: wie is mijn genetische vader? Wie is mijn genetische moeder?”, zegt Olland.
Ook kan een draagmoeder na de geboorte van gedachten veranderen. Dat gebeurt zelden, benadrukt Olland, maar kan leiden tot ingewikkelde beslissingen over het juridisch ouderschap, het gezag en het contact met de draagmoeder. De rechters willen daarom ook de wettelijke bedenktijd verruimen. Onder het wetsvoorstel heeft de draagmoeder drie maanden na de geboorte om bezwaar te maken tegen het afstaan van het kind.
Dat een draagmoeder van gedachten kan veranderen, blijkt uit het verhaal van een stel dat Nieuwsuur sprak. De twee vaders zijn verwikkeld in een juridische strijd met de draagmoeder en willen anoniem blijven. Volgens een van de vaders sprak de draagmoeder na de geboorte uit dat ze het kind zelf wilde opvoeden. Vooraf gemaakte afspraken hadden volgens hem een deel van de onzekerheid en het verdriet kunnen voorkomen.
Zorgen over buitenlandse trajecten
Ook buitenlandse trajecten baren de rechters zorgen. Bij sommige daarvan zien zij problemen die doen denken aan misstanden met interlandelijke adoptie. Als een anonieme eiceldonor wordt gebruikt, kan het kind later mogelijk niet achterhalen van wie het afstamt of welke genetische ziektes in de familie voorkomen. Olland noemt dat een schending van de rechten van het kind.
Ondanks de zorgen vinden de rechters dat de wet er moet komen. De behandeling van het wetsvoorstel werd vorige week opnieuw uitgesteld. Het debat in de Tweede Kamer is verschoven naar december.



