De landelijke regeling voor de opvang van Oekraïners is met twee jaar verlengd, tot 2028. Burgemeester Jaap Kuin van Pekela noemt die verlenging positief, maar wil dat gemeenten en het Rijk nu al besluiten nemen over de periode daarna. Hij heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG, daar namens tachtig kleinere gemeenten om gevraagd.
In alle tien Groninger gemeenten verblijven Oekraïense vluchtelingen. Pekela vangt 370 mensen op in twee voormalige verzorgingshuizen. Oekraïners vallen onder een aparte beschermingsregeling en worden daarom niet opgevangen in reguliere asielzoekerscentra.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze opvang en ontvangen daarvoor geld van het Rijk. Kuin vreest dat de huidige voorzieningen niet passend zijn als de oorlog langer duurt en terugkeer voor veel mensen niet mogelijk blijkt. Het einde van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is volgens hem nog niet in zicht.
Tijdelijke locaties
De twee locaties in Pekela zijn ingericht als noodopvang en bieden volgens Kuin weinig ruimte voor een zelfstandig bestaan. In kamers staan stapelbedden voor vier personen, bewoners kunnen er niet zelf koken en er is beperkte privacy. De burgemeester vindt dat gemeenten daarom moeten bespreken welke woonvorm op langere termijn nodig is.
Kuin denkt onder meer aan een verbouwing van een van de Pekelder opvanglocaties. Kamers zouden anders kunnen worden ingedeeld of worden omgebouwd tot studio's. Hij wil tegelijk dat op landelijk niveau wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn voor Oekraïners die na 2028 niet kunnen of willen terugkeren.
Een deel van de gevluchte Oekraïners heeft werk in Nederland, maar vaak zonder vast contract. Wanneer dat werk stopt, zijn zij opnieuw aangewezen op de opvang. Daarnaast zijn er vrouwen en kinderen die mogelijk niet terug kunnen omdat zij in Oekraïne geen nabestaanden meer hebben.
Kuin stelt dat terugkeer naar sommige delen van Oekraïne mogelijk onderwerp van gesprek kan zijn, maar dat dit momenteel een moeilijke afweging is. Hij wil dat de VNG met het Rijk overlegt, zodat besluiten over huisvesting en ondersteuning niet worden uitgesteld tot de huidige regeling afloopt.



