Nederland werkt samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland aan plannen voor zogenoemde terugkeerhubs buiten de Europese Unie. De vijf landen willen afspraken maken met landen die bereid zijn afgewezen asielzoekers op te vangen die niet naar hun land van herkomst kunnen of willen terugkeren.
De landen kwamen daarvoor bijeen in Kopenhagen. Welke landen de centra zouden kunnen huisvesten, hoe de opvang eruitziet en hoeveel vrijheid bewoners krijgen, staat nog niet vast. Ook is nog onduidelijk hoe lang mensen er zouden blijven en of de plannen juridisch standhouden.
Opvang buiten het land van herkomst
Het idee is dat een afgewezen asielzoeker wordt overgebracht naar een derde land waarmee de Europese Unie of een lidstaat een akkoord heeft gesloten. Daar zou die persoon kunnen wachten op terugkeer naar het land van herkomst. Als dat niet mogelijk blijkt, zou integratie in het land van opvang een optie kunnen zijn.
De plannen sluiten aan op het Europees Migratiepact, dat dit jaar van kracht is geworden. Dat pact moet ervoor zorgen dat sneller wordt vastgesteld wie in Europa mag blijven. Mensen zonder verblijfsrecht moeten vervolgens worden teruggestuurd, maar dat lukt niet altijd omdat landen van herkomst hun onderdanen niet terugnemen of omdat de betrokkenen niet vrijwillig vertrekken.
In juni bereikten de EU-lidstaten overeenstemming over een nieuwe terugkeerwet. Daardoor moet het mogelijk worden om iemand niet alleen naar het land van herkomst terug te sturen, maar ook naar een ander land waarmee een akkoord bestaat. Een afgewezen asielzoeker uit Guinee zou dan bijvoorbeeld naar Kenia of Rwanda kunnen worden gebracht.
Kandidaten en kritiek
Nederland en de andere vier landen onderzoeken momenteel de mogelijkheden in Kenia, Ghana, Oezbekistan en Rwanda. Een Nederlandse ambtelijke delegatie bezocht Rwanda onlangs. Ook Oeganda is eerder als mogelijke partner genoemd, maar gesprekken daarover zijn stilgelegd na de verkiezingen. De antihomowetgeving in Oeganda maakt een akkoord voor Nederland politiek gevoelig.
Mensenrechtenorganisaties en linkse politieke partijen waarschuwen dat de hubs kunnen uitgroeien tot detentiecentra. Zij wijzen op mogelijke schendingen van migrantenrechten en maken zich zorgen over de mensenrechtensituatie in de beoogde landen. Ook is niet duidelijk wat er gebeurt met mensen die uiteindelijk door geen enkel land worden teruggenomen.
Hoewel de nieuwe regels meer ruimte bieden, moet de rechter nog beoordelen hoe de terugkeerhubs in de praktijk kunnen worden toegepast. De afspraken met mogelijke opvanglanden moeten bovendien nog worden uitgewerkt.



