Het kabinet heeft niet binnen zes maanden inzicht gegeven in de hoeveelheid broeikasgassen die Nederland nog kan uitstoten binnen de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. De rechtbank had bepaald dat die informatie uiterlijk 28 juli openbaar moest zijn als onderdeel van het vonnis over de bescherming van Bonaire tegen klimaatverandering.
Het ministerie van Klimaat en Groene Groei stelt dat het kabinet op Prinsjesdag meer bekendmaakt over de uitvoering van het vonnis. Ook bereidt het een wijziging van de Klimaatwet voor. Daarmee wil het voor 28 juli volgend jaar juridisch bindende emissiereductiedoelen voor de hele economie vastleggen.
De rechter oordeelde op 28 januari dat Nederland meer moet doen om inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarbij moet het kabinet niet alleen aangeven hoeveel uitstootruimte het nog ziet, maar binnen een jaar ook met nieuwe bindende klimaatdoelen komen. De uitstootruimte is nodig om die doelen te kunnen onderbouwen.
Zorgen over uitvoering
Klimaatjurist Tim Bleeker van de Vrije Universiteit Amsterdam zegt dat hij zich zorgen maakt over het ontbreken van duidelijkheid. "Ik maak me wel oprecht zorgen als ze een half jaar na het vonnis nog niet eens kunnen communiceren van welke ruimte ze uitgaan." Hij noemt de situatie "een blamage voor Nederland".
Laura Burgers, klimaatjurist aan de Universiteit van Amsterdam, spreekt van een gebrek aan constitutionele hoffelijkheid. Zij wijst erop dat de Staat tijdens de rechtszaak had aangegeven dat de gegevens voor een berekening van de uitstootruimte beschikbaar waren. "Ze hadden aangevoerd dat ze die informatie al hadden. Daarom zei de rechtbank ook: 'maak het dan maar binnen een half jaar publiek'."
De Wetenschappelijke Klimaatraad heeft geen verzoek van het ministerie gekregen om een rol te spelen bij de berekening. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving is niet benaderd voor advies. Burgers noemt het nalatig dat de uitstootruimte nog niet inzichtelijk is gemaakt.
Hoger beroep verandert verplichting niet
De Staat ging in april in hoger beroep tegen het Bonaire-vonnis. Ook is een procedure gestart om de verplichting tot direct handelen op te schorten. Dat verandert volgens de juristen niets aan de huidige verplichtingen, omdat de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is.
Docent-onderzoeker Tycho Scholten van de Vrije Universiteit Amsterdam ziet een breder probleem bij de naleving van rechterlijke uitspraken door de overheid. Hij noemt het zorgelijk dat het minder vanzelfsprekend lijkt dat de Staat vonnissen uitvoert.


