Het aantal gemeenten dat onder toezicht staat wegens een tekort aan asielopvangplaatsen is gestegen van tien naar 24. Minister Van den Brink van Asiel en Migratie heeft veertien gemeenten aan de maandelijkse lijst toegevoegd.
Gemeenten moeten op grond van de spreidingswet voldoende plekken voor asielzoekers beschikbaar stellen. De plaatsing op de lijst betekent niet automatisch dat een gemeentebestuur geen opvang wil regelen. Het ministerie onderzoekt in gesprekken waarom gemeenten hun taak nog niet hebben uitgevoerd.
De betrokken gemeenten bevinden zich op de derde van zes stappen in de escalatieladder van het kabinet. Wethouders moeten uitleg geven op het ministerie en afspraken maken over een locatie voor een asielzoekerscentrum en de datum waarop die gereed moet zijn.
Als gemeenten daarna nog geen opvang realiseren, kan het kabinet verder ingrijpen. Op de zesde en laatste trede kan een gemeente worden verplicht een asielzoekerscentrum te accepteren.
Gesprekken moeten nog op gang komen
Het ministerie heeft tot nu toe met één van de 24 gemeenten gesproken. Door de zomervakantie blijkt het lastig om afspraken in te plannen met de verantwoordelijke bestuurders.
Dat gesprek was met Westland en is volgens een woordvoerder van het ministerie constructief verlopen. De gemeente moet ongeveer 700 asielzoekers opvangen, maar verzet zich al jaren tegen de spreidingswet. De gemeenteraad stelde eerder dat er geen draagvlak is voor een asielzoekerscentrum.
In juni trad in Westland een nieuw college van burgemeester en wethouders aan. De verantwoordelijke wethouder heeft na het overleg aangegeven na de zomer met een verklaring te komen over de manier waarop de gemeente de spreidingswet wil uitvoeren.



