Politieke fragiliteit heeft sinds 2022 geleid tot ongeveer 100 miljard euro aan extra rentelasten voor Europese overheden. De hogere kosten ontstaan doordat beleggers een hogere rente vragen op staatsleningen wanneer politieke onzekerheid toeneemt.
Italië, Frankrijk, Spanje, België en het Verenigd Koninkrijk betaalden samen circa 98 miljard euro extra rente. Gemiddeld liggen hun jaarlijkse rentebetalingen daardoor ongeveer 3 procent hoger. Italië en het Verenigd Koninkrijk dragen elk een extra last van rond de 41 miljard euro, terwijl Spanje en Frankrijk op tientallen miljarden euro's uitkomen.
Johan Geeroms, Director Risk Underwriting bij Allianz Trade Benelux, noemt politieke instabiliteit een directe kostenpost voor de overheidsbegroting. Geld dat aan rente wordt besteed, kan volgens hem niet worden ingezet voor onder meer zorg, onderwijs en klimaatbeleid.
Politiek risico werkt door in staatsrente
Allianz Trade meet politieke kwetsbaarheid met de Political Fragility Index, kortweg PFI. Daarbij kijkt de kredietverzekeraar naar versnippering van het politieke landschap, de afname van steun voor traditionele partijen, de invloed van populistische en extreemlinkse of extreemrechtse bewegingen en de bestuurbaarheid van een land.
Een hogere score op die index gaat vaak samen met een oplopende staatsrente. Vooral als politieke conflicten langer voortduren, kunnen de extra kosten zich opstapelen. Politieke en financiële kwetsbaarheid beperkt zich daarbij niet meer tot Zuid-Europa: ook Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bewegen naar vergelijkbare niveaus.
Nederland behoudt status van veilige haven
Nederland scoort relatief hoog op politieke fragmentatie door het grote aantal partijen en de verspreiding van stemmen over veel fracties. Toch leidt die politieke kwetsbaarheid vooralsnog niet tot hogere rentekosten voor de Nederlandse overheid.
Beleggers vertrouwen erop dat het Nederlandse consensusmodel grote en abrupte beleidswijzigingen minder waarschijnlijk maakt. Macht is verdeeld over coalities, parlement, kabinet en overleg met sociale partners. Naast Nederland gelden ook Duitsland en Oostenrijk in het onderzoek als veilige havens.
Geeroms waarschuwt dat die positie niet vanzelfsprekend is. Wanneer de politieke versnippering verder toeneemt, kan ook bij beleggers twijfel ontstaan over de Nederlandse begrotingsdiscipline en bestuurbaarheid.



