De technologiebeurs Nasdaq in New York is vrijdag 2,86 procent lager gesloten. Daarmee was het de slechtste beursdag voor de index sinds juni. De Nasdaq staat inmiddels meer dan 8 procent onder het recordniveau van begin oktober.
Beleggers deden vooral aandelen van technologiebedrijven van de hand. Aanleiding waren tegenvallende kwartaalcijfers van chipfabrikant Intel en webwinkelconcern Amazon. Ook groeit de twijfel of de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie, meestal aangeduid als AI, voldoende rendement zullen opleveren.
Intel hard onderuit
Het aandeel Intel verloor bijna 29 procent. De chipfabrikant heeft last van een afzwakkende markt voor personal computers en gaf bovendien een zwakke verwachting voor het huidige kwartaal af. De koersdaling drukte zwaar op het sentiment in de technologiesector.
Amazon eindigde 1,41 procent lager. Het bedrijf investeert eveneens fors in technologie en AI, maar de kwartaalresultaten waren voor beleggers onvoldoende om de zorgen over de waarderingen in de sector weg te nemen.
Ook Nvidia kreeg een stevige tik. Het aandeel van de belangrijkste producent van AI-chips daalde 4 procent. Daardoor werd Nvidia ingehaald door Apple als waardevolste beursgenoteerde bedrijf ter wereld.
De verliezen bleven niet beperkt tot technologiebedrijven. De Dow Jones-index daalde 1,09 procent en sloot op 51.770,31 punten. De brede S&P 500 verloor 1,82 procent en kwam uit op 7.580,07 punten.
De koersdalingen laten zien dat beleggers voorzichtiger worden met bedrijven die sterk hebben geprofiteerd van de verwachtingen rond AI. Vooral de vraag of de hoge uitgaven aan datacenters, chips en software zich uiteindelijk vertalen in voldoende winst speelt een rol. Concrete vooruitzichten van bedrijven wegen daardoor zwaarder op de beurskoers.


