De Britse olie- en gasmaatschappij BP heeft in het afgelopen kwartaal een winst van 8,5 miljard dollar geboekt. Het resultaat ligt bijna vier keer hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. BP heeft daarmee zijn hoogste kwartaalwinst in achttien jaar behaald.
De sterke stijging komt vooral door hogere energieprijzen en grotere marges bij raffinaderijen. De olie- en gasmarkt wordt beïnvloed door de oorlog in het Midden-Oosten, die eind februari begon met aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran.
Door het conflict is de aanvoer van olie en gas uit het Midden-Oosten verstoord. Ook zijn raffinaderijen in de regio beschadigd of gedeeltelijk stilgelegd. Daardoor is wereldwijd minder raffinagecapaciteit beschikbaar. Raffinaderijen die nog wel produceren, draaien op hoge capaciteit en kunnen daardoor meer verdienen aan de verwerking van ruwe olie.
BP profiteert daarnaast van de hogere prijzen voor aardgas. Op de Europese groothandelsmarkt kostte een megawattuur gas ruim 102 euro. Voor het uitbreken van de oorlog, in februari, lag de prijs onder de 30 euro.
Ook Shell en TotalEnergies boeken miljardenwinst
BP is de nieuwste in een reeks grote oliemaatschappijen die uitzonderlijk hoge kwartaalwinsten melden. Shell maakte een dag eerder een winst van ruim 12 miljard dollar bekend. Het Franse TotalEnergies rapporteerde ruim 9 miljard dollar winst.
De hoge opbrengsten leiden in verschillende landen tot nieuwe discussies over extra belastingen voor olie- en gasbedrijven. In Nederland stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in het voorjaar in met een motie van Pro en D66 om zulke winsten zwaarder te belasten.
Een extra belasting invoeren is ingewikkeld, onder meer omdat Shell niet langer een Nederlands bedrijf is, maar een Britse onderneming. Op Europees niveau wordt nog onderzocht of er mogelijkheden zijn om de winsten van energiebedrijven extra te belasten.



