Kruidenimporteur Burlap and Barrel en horlogewinkel Collective Horology hebben rechtszaken aangespannen tegen nieuwe Amerikaanse importheffingen. De ondernemingen stellen dat president Donald Trump de handelswet uit 1974 onrechtmatig gebruikt om tarieven op ingevoerde goederen op te leggen.
De Amerikaanse regering kondigde vorige week heffingen aan van 10 tot 12,5 procent op producten uit tientallen handelspartners. Ook goederen uit de Europese Unie vallen onder de maatregelen. De tarieven moeten worden geïnd onder verwijzing naar vermeend tekortschietend optreden van landen tegen verboden dwangarbeid.
De zaken volgen op een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat eerdere handelstarieven van Trump onwettig had verklaard. Trump kwam kort daarna met nieuwe heffingen op basis van de wet uit 1974.
Beide eisers halen producten uit landen die door de tarieven worden getroffen. Burlap and Barrel stelt dat de maatregelen vooral gevolgen hebben voor Amerikaanse ondernemingen die verantwoord inkopen en voor boeren. Het bedrijf vraagt zich af hoe een belasting op kruiden het beleid van buitenlandse regeringen kan beïnvloeden.
Kritiek uit handelspartners
De aangekondigde tarieven hebben ook buiten de Verenigde Staten tot kritiek geleid. Leiders in Nieuw-Zeeland, Japan en Australië noemden de heffingen teleurstellend en onterecht.
De Europese Commissie verwerpt de Amerikaanse onderbouwing van de maatregelen. Een woordvoerder zei: "We verwerpen ten stelligste het idee dat de EU zou kunnen bijdragen aan het wereldwijde probleem van dwangarbeid."
Ook FME, de Nederlandse ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, noemt de stap schadelijk en niet te rechtvaardigen. De rechtszaken van Burlap and Barrel en Collective Horology richten zich op de vraag of de president de handelswet mag gebruiken voor deze nieuwe importtarieven.



