Strategische positie van ASML
Het kabinet beschouwt chipmachinefabrikant ASML uit Veldhoven als een bedrijf van groot strategisch belang voor Europa. In de Miljoenennota wordt ASML genoemd als het duidelijkste voorbeeld van een Europees bedrijf met een geopolitieke sleutelpositie. Als landen buiten de Europese Unie geen zaken meer kunnen doen met de fabrikant, kan dat volgens het kabinet grote economische gevolgen hebben.
De regering wil daarom het verdienvermogen en de weerbaarheid van de Nederlandse economie versterken. Dat moet gebeuren met maatregelen op nationaal niveau en met gezamenlijke plannen binnen de Europese Unie. Het kabinet wijst Project Beethoven aan als voorbeeld. Binnen dat project wordt miljarden geïnvesteerd in ASML, de Brainportregio en de leefbaarheid rondom Eindhoven.
Geld voor innovatie en opleidingen
Voor de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling trekt het kabinet 3,3 miljard euro uit. Die instelling moet privaat geld, zoals investeringen van bedrijven, helpen inzetten voor projecten die de Nederlandse economie sterker maken.
Daarnaast komt er een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Voor dit agentschap is 500 miljoen euro beschikbaar. Het doel is innovatieve bedrijven te ondersteunen die technologische oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke problemen.
Vanaf 2031 reserveert het kabinet ieder jaar 80 miljoen euro voor opleidingen die aansluiten op de microchipindustrie. De regering verwacht dat meer internationale studenten voor deze studierichtingen zullen kiezen. Ook krijgen universiteiten structureel geld om wetenschappelijke kennis sneller te vertalen naar nieuwe bedrijven.
Afhankelijkheid van China en de VS
In de Miljoenennota waarschuwt het kabinet ook voor de economische afhankelijkheid van de Verenigde Staten en China. Die afhankelijkheid kan volgens de regering problematisch worden als landen hun economische positie als geopolitiek middel gebruiken. Als voorbeeld noemt het kabinet de Chinese beperkingen op de export van zeldzame aardmetalen.
Ook de concurrentie van goedkope Chinese producten krijgt aandacht. Noord-Brabant behoort volgens het kabinet tot de Nederlandse regio's die daarvan het meest kunnen merken, al blijft de impact daar vooralsnog beperkt. Van de tien zwaarst getroffen Europese regio's liggen er vijf in Duitsland. Noord-Brabant staat op plaats 81.


