De Japanse centrale bank heeft de beleidsrente verhoogd van 1,0 naar 1,25 procent. Daarmee staat de rente op het hoogste niveau in 31 jaar. Het besluit werd vrijdag genomen na een tweedaagse vergadering van het beleidscomité en was grotendeels al in de marktprijzen verwerkt.
De verhoging werd gesteund door zeven van de negen leden van het beleidscomité. Twee leden stemden tegen. Bankpresident Kazuo Ueda licht het besluit later op vrijdag toe tijdens een persconferentie.
De hogere rente moet de Japanse munt ondersteunen. Dat effect bleef direct na het besluit uit. De yen verloor juist terrein ten opzichte van belangrijke valuta. De munt daalde 0,6 procent tot 156,91 yen per dollar. Tegenover de euro zakte de yen 0,7 procent tot 180,21 yen.
De daling volgt op een korte onderbreking van een verliesreeks van drie dagen. De Verenigde Staten hadden Japan onder druk gezet om de rente te verhogen vanwege zorgen over de zwakke yen. De twee landen hadden onlangs gezamenlijk maatregelen genomen om de koers van de munt te ondersteunen.
Inflatie blijft aandachtspunt
De kerninflatie in Japan bleef in augustus stabiel rond de doelstelling van 2 procent van de centrale bank. Tegelijkertijd waarschuwt de bank dat de inflatie verder kan oplopen.
Volgens de centrale bank beginnen hogere prijzen in zakelijke transacties door te werken in de consumentenprijzen. Daardoor kunnen huishoudens de komende tijd met extra prijsstijgingen te maken krijgen.
Centrale banken wereldwijd proberen de inflatie onder controle te houden. Daarbij spelen volgens de Japanse centrale bank onder meer de gevolgen van conflicten in het Midden-Oosten en de sterke ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie een rol.
De renteverhoging in Japan komt op een moment waarop de waarde van de yen een belangrijk aandachtspunt is voor de economie. Een zwakke munt maakt ingevoerde producten duurder, terwijl Japan voor veel grondstoffen en energie afhankelijk is van import.



