De inflatie in Frankrijk is in september opgelopen van 2,6 naar 3,4 procent. Daarmee ligt de inflatie in de op een na grootste economie van de eurozone ruim boven de doelstelling van 2 procent. Het is het hoogste niveau in twee jaar.
De stijging komt vooral door de hogere brandstofprijzen. De prijs van diesel steeg in Frankrijk naar een recordniveau van 2,38 euro per liter. Dat is nog altijd minder dan in Nederland, waar automobilisten gemiddeld 2,76 euro per liter betalen.
Franse regering kondigt steun aan
De Franse regering heeft aangekondigd huishoudens te willen helpen die het zwaarst worden geraakt door de oplopende inflatie. Het kabinet kiest daarbij niet voor een verlaging van de brandstofaccijns of een directe prijsverlaging aan de pomp. In plaats daarvan komen er steunmaatregelen voor de laagste inkomens.
De hogere energieprijzen op de markt zijn bovendien nog niet volledig verwerkt in de tarieven voor huishoudens. Daardoor kunnen de energiekosten de komende maanden verder oplopen. Dat kan de inflatie in Frankrijk opnieuw hoger laten uitvallen.
Ook in Spanje nam de inflatie sterk toe. Daar kwam het inflatiepercentage uit op 4,9 procent, het hoogste niveau sinds begin 2023.
De dieselprijs in Spanje steeg naar 1,93 euro per liter. Dat is ongeveer 40 cent meer dan in de zomer. Ook benzine werd er ongeveer evenveel duurder.
De hogere brandstofprijzen zijn het gevolg van de onrust op de energiemarkt door de oorlog in het Midden-Oosten. Omdat energieprijzen geleidelijk worden doorberekend aan consumenten, kunnen de gevolgen daarvan nog enige tijd zichtbaar blijven in de inflatiecijfers.



