Het aantal Europese octrooiaanvragen van universiteiten, publieke onderzoeksorganisaties en onderzoeksziekenhuizen is in twintig jaar gestegen van ongeveer 3200 naar bijna 8000. Dat blijkt uit cijfers van het Europees Octrooibureau (EOB) over 2025.
Nederland behoort tot de landen waar het aantal aanvragen het sterkst is toegenomen. Ook Spanje laat volgens het EOB een opvallende groei zien. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk blijven samen de belangrijkste landen voor octrooiaanvragen van publieke onderzoeksinstellingen, maar hun gezamenlijke aandeel is kleiner geworden.
Het EOB ziet daarin geen terugval bij de traditionele koplopers. De ontwikkeling wijst volgens de organisatie vooral op een bredere onderzoeksbasis in Europa, waarbij meer landen en instellingen bijdragen aan technische innovaties.
TNO grootste Nederlandse aanvrager
TNO diende in 2025 142 Europese octrooiaanvragen in. Daarmee staat het Nederlandse onderzoeksinstituut op de achtste plaats in de Europese ranglijst van onderzoeksinstellingen.
De Technische Universiteit Delft volgt in Nederland met 22 aanvragen. De Technische Universiteit Eindhoven en de Rijksuniversiteit Groningen dienden elk achttien aanvragen in. De Universiteit Twente staat met veertien aanvragen op de vijfde plaats onder Nederlandse instellingen.
De aanvragen hebben vooral betrekking op meettechnologie, digitale communicatie, computertechnologie, biotechnologie, medische technologie en halfgeleiders. Met een octrooi kunnen organisaties technische uitvindingen juridisch beschermen en anderen verbieden die zonder toestemming na te maken.
Veel Nederlandse spin-offs
Ook bedrijven die uit onderzoeksorganisaties of andere instellingen zijn voortgekomen, vragen in Nederland relatief vaak octrooien aan. Nederland stond in 2025 met 245 spin-offbedrijven op de zevende plaats in Europa.
Een spin-off is een onderneming die vanuit een bestaande organisatie wordt opgericht, bijvoorbeeld om kennis of technologie verder te ontwikkelen en op de markt te brengen. De cijfers over publieke instellingen en spin-offs laten zien dat Nederlandse onderzoeksorganisaties niet alleen veel nieuwe technologie ontwikkelen, maar die kennis ook via bedrijven proberen te benutten.



