Chemelot in Geleen vreest voor de toekomst van de chemische industrie door de hoge kosten van energie en de sterke concurrentie uit Azië. Op het Limburgse industriecomplex zijn de afgelopen jaren al fabrieken gesloten en activiteiten verkocht.
Sabic uit Saudi-Arabië en het Egyptische OCI verkochten fabrieken op het terrein. Chemiebedrijf Fibrant sloot drie van zijn zeven fabrieken op Chemelot, omdat de productie niet langer kon concurreren met die in Azië. Op het complex werken 8500 mensen, daarnaast zijn honderden studenten verbonden aan de onderzoekscampus in Geleen.
Chemelot produceert grondstoffen en materialen die terechtkomen in onder meer gordijnen, keukenkastjes, waterkokers, afwasborstels en fietsspullen. Ook worden er vezels gemaakt die worden gebruikt voor kogelwerende vesten. Mark Boneschanscher, decaan van de faculteit scheikunde van de TU Eindhoven, wijst erop dat bedrijven op het terrein sterk met elkaar verweven zijn. Het wegvallen van één bedrijf kan daardoor gevolgen hebben voor andere bedrijven.
Gas en elektriciteit
De chemische sector gebruikt veel gas, zowel als brandstof als voor de productie van onder meer kunstmest. De gasprijs is sinds 2020 meer dan vertienvoudigd en bereikte tijdens de energiecrisis van 2022 een piek. Bedrijven willen daarom meer overstappen op elektriciteit en minder gas gebruiken.
Volgens Chemelot-directeur Koos van Haasteren wordt die omschakeling bemoeilijkt door het volle elektriciteitsnet. Hij zegt dat het complex verder wil verduurzamen, maar dat hiervoor wel voldoende ruimte op het stroomnet nodig is. De Europese Commissie heeft de industrie onlangs meer tijd gegeven voor verduurzaming door aanpassingen aan de uitstootregels binnen het ETS-systeem.
Boneschanscher verwacht dat het ETS bedrijven blijft prikkelen om hun uitstoot te beperken. Van Haasteren betwijfelt of de versoepeling voldoende verschil maakt voor de problemen rond energie en concurrentiekracht.
Belang en zorgen rond uitstoot
De concurrentie uit Azië blijft intussen toenemen, doordat daar veel nieuwe chemische capaciteit is gebouwd. Van Haasteren stelt dat Europa moet kiezen tussen productie in eigen regio onder duurzame voorwaarden of afhankelijkheid van productie elders. Marjolein Demmers, directeur van Natuur en Milieu, vindt dat behoud van de sector samen moet gaan met investeringen in verduurzaming en niet met lagere klimaatambities.
Omwonenden maken zich ook zorgen over de uitstoot van chemische stoffen. Het RIVM onderzoekt de mogelijke gezondheidseffecten in de omgeving van Chemelot. Chemelot en de provincie Limburg stellen dat de uitstoot op basis van metingen binnen de wettelijke normen blijft.



