Landbouwers ontvingen in het tweede kwartaal van 2026 gemiddeld 8,5 procent minder voor hun producten dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral de prijzen van melk en varkens daalden sterk.
De prijzen van dierlijke producten lagen in totaal 21,1 procent lager dan een jaar eerder. Melk werd ruim 25 procent goedkoper. Ook de prijzen van dieren namen af, gemiddeld met 14,8 procent. Varkens daalden met 30,1 procent het sterkst in prijs. Rundvee werd 2,4 procent goedkoper en pluimvee 6,6 procent.
Eieren vormden een uitzondering binnen de dierlijke producten. Daarvoor kregen boeren 4,3 procent meer dan een jaar eerder.
Grote verschillen bij plantaardige producten
Ook bij gewassen liepen de prijsontwikkelingen uiteen. Aardappelen werden in het tweede kwartaal ruim 30 procent goedkoper. Een kwartaal eerder steeg de prijs nog met 15 procent. Fruit was gemiddeld eveneens goedkoper dan een jaar eerder.
Groenten brachten juist gemiddeld 8,5 procent meer op. De verschillen tussen afzonderlijke groentesoorten waren groot. Voor wortelen kregen boeren 120 procent meer, terwijl tomaten 37 procent duurder werden. Uien en kool werden daarentegen fors goedkoper.
Tegelijkertijd namen de kosten voor boeren toe. De prijzen van goederen en diensten die zij inkopen lagen hoger dan een jaar eerder. Meststoffen en grondverbeteraars stegen daarbij het sterkst, met ruim 21 procent.
Ook het onderhoud van machines en gebouwen kostte meer. Voor veterinaire zorg betaalden boeren eveneens gemiddeld meer dan in het tweede kwartaal van 2025. Daardoor stonden landbouwbedrijven niet alleen onder druk door lagere opbrengsten, maar ook door hogere kosten voor verschillende bedrijfsbenodigdheden.



