Werknemers van ongeveer 40 tot 55 jaar kunnen door een baanwisseling rond de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel financieel nadeel ondervinden. Pensioenfondsen bepalen op hun eigen overstapdatum wie recht heeft op compensatie. Wie dan niet bij het fonds aangesloten is, kan buiten de regeling vallen.
Minister Hans Vijlbrief verwacht dat dit jaar enkele tienduizenden mensen hierdoor worden benadeeld. De Tweede Kamer heeft gevraagd om een oplossing, maar volgens de minister is een algemene regeling niet uitvoerbaar. De verschillen tussen pensioenfondsen zijn daarvoor te groot.
Verschillende data bij pensioenfondsen
Pensioenfondsen stappen niet allemaal tegelijk over op het nieuwe stelsel. Meer dan de helft had de overgang op 1 januari van dit jaar al gemaakt. Andere fondsen volgen later, waaronder ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren, dat op 1 januari 2027 overstapt.
In het oude stelsel droegen jongere werknemers relatief meer bij aan de pensioenopbouw van oudere deelnemers. Later in hun loopbaan kregen zij daar zelf voordeel van. Met de overgang naar persoonlijke pensioenvermogens verdwijnt dat mechanisme. Daarom krijgen werknemers die in eerdere jaren voor oudere collega’s hebben meebetaald een compensatie.
Fondsen beoordelen daarbij doorgaans of iemand op de transitiedatum nog in dienst is en hoeveel uren diegene werkt. Een werknemer die na de overgang bij een fonds vertrekt en naar een werkgever gaat met een fonds dat nog niet is overgestapt, kan daardoor opnieuw compensatie krijgen.
Ellen Habermehl van pensioenfonds PFZW noemt als voorbeeld iemand die van een regulier ziekenhuis naar een academisch ziekenhuis gaat. PFZW is al over, terwijl ABP pas in 2027 volgt. De werknemer kan dan bij beide fondsen voor compensatie in aanmerking komen. Het is niet bekend hoeveel mensen dit voordeel krijgen.
Nadeel kan oplopen
De omgekeerde overstap kan juist nadelig uitpakken. Iemand die een fonds verlaat voordat het overstapt naar het nieuwe stelsel, kan de compensatie daar mislopen. Ria van der Steen van pensioenfonds bpfBOUW kent een situatie waarin dit vanaf de pensioenleeftijd €100 per maand verschil maakt.
Sommige fondsen hebben voor bijzondere situaties aanvullende regelingen. bpfBOUW biedt onder voorwaarden compensatie aan deelnemers die door seizoenswerk of winter-WW op 31 december 2025 geen actief dienstverband hadden. Ook wie voor de overstapdatum minder gaat werken, zelfstandig ondernemer wordt of eerder stopt met werken, kan een lagere compensatie ontvangen.



