In het tweede kwartaal van 2026 waren 9,6 miljoen Nederlanders van 15 jaar tot de AOW-leeftijd van 67 jaar aan het werk. Dat aantal is vrijwel gelijk aan dat van een jaar eerder. Omdat de bevolking wel groeit, nam het aantal mensen zonder werk toe tot 8,5 miljoen.
Tot de niet-werkenden behoren onder meer kinderen jonger dan 15 jaar, gepensioneerden en mensen tussen 15 en 67 jaar die geen baan hebben. Twaalf jaar geleden waren er nog meer niet-werkenden dan werkenden. In 2018 veranderde dat, mede doordat meer mensen naast hun AOW-uitkering bleven werken.
Minder werkenden van 45 tot 55 jaar
Het aantal werkenden tussen 45 en 55 jaar neemt al negen jaar af. Aanvankelijk kwam dat overeen met de daling van het totale aantal mensen in die leeftijdsgroep. Inmiddels is ook het aandeel werkenden binnen deze groep kleiner geworden.
Daarnaast is de gemiddelde werkweek korter geworden. Vooral mannen tussen 25 en 67 jaar werken minder uren. Zij gingen in vier jaar tijd gemiddeld van 39,4 naar 38,6 uur per week.
Bij vrouwen nam het gemiddelde aantal gewerkte uren juist licht toe. Vier jaar geleden werkten vrouwen gemiddeld 29,8 uur per week, inmiddels is dat 30,2 uur.
Werkloosheid loopt op
In augustus waren 408.000 Nederlanders werkloos. Van hen ontvingen 195.000 mensen een WW-uitkering. De werkloosheid is de afgelopen jaren opgelopen tot 4 procent van de beroepsbevolking.
Dat percentage ligt nog altijd lager dan in de meeste andere Europese landen. De cijfers over werkenden, niet-werkenden en werkloosheid geven samen een beeld van de ontwikkeling op de Nederlandse arbeidsmarkt.



