Het stationsgebouw van Groningen krijgt na jaren weer een centrale plek in het openbaarvervoerknooppunt. Reizigers gaan via de monumentale hal naar een nieuwe ondergrondse passage, de perrons en de busterminal. Ook wordt het Stadsbalkon uit 2007 deze zomer afgebroken, waardoor het zicht op het historische gebouw terugkeert.
Architect Koen van Velsen ontwierp de vernieuwing met het negentiende-eeuwse station van Isaac Gosschalk als uitgangspunt. Hij liet kleuren, baksteen, materialen en herhaalde vormen uit het monument terugkomen in de nieuwe onderdelen. Daarmee moet de uitbreiding aansluiten op het bestaande station, zonder daarmee te concurreren.
Van Velsen sloot op 30 juni, op 74-jarige leeftijd, zijn architectenbureau na een loopbaan van ruim vijftig jaar. Station Groningen is zijn laatste grote project. Eerder was hij onder meer Spoorbouwmeester van 2009 tot 2015 en interim-Rijksbouwmeester in 2015.
Oude hal en nieuwe doorgangen
Achter de stationshal ligt een overgangsgebied tussen het oude gebouw en de nieuwe infrastructuur. Daar staan onder meer rode, ronde overkappingen bij de perrons en een donkergroene traverse met seinhuis. De nieuwe spoorkappen krijgen beplanting en ronde openingen waar bomen doorheen groeien.
De ondergrondse passage naar de perrons en de busterminal is breed opgezet en krijgt veel daglicht via openingen en vides. De indeling van liften, trappen en roltrappen volgt de symmetrie van het oude station. Warmgele bakstenen vormen de wanden van de passage, waar kunstenaar Gabriel Lester met uitstekende stenen abstracte wolkenpatronen aanbracht.
Aan weerszijden van het station komt een gedeeltelijk overkapt plein met bomen en horeca. Reizigers moeten daar kunnen overstappen, maar ook kunnen verblijven. Van Velsen wil dat het station niet alleen een doorgangsplek wordt, maar ook onderdeel is van de stad.
Aan de zuidkant komt bovendien een nieuwe entree met een arcade. Via een licht oplopende route ontstaat daar een tweede voorkant van het station. Die toegang moet het station verbinden met de nieuwe wijk Spoorkwartier, die aan de zuidzijde in aanbouw is.
Ontwerpen vanuit de plek
Van Velsen begon zijn loopbaan met onder meer meubels, een keuken, een kapperszaak en een discotheek. Tijdens zijn opleiding aan de Academie van Bouwkunst kreeg hij de opdracht om het Legermuseum in Delft te verbouwen. De bibliotheek in Zeewolde betekende daarna zijn doorbraak.
Zijn werk wordt vaak omschreven als moeilijk in een vaste stijl onder te brengen. Van Velsen richtte zich per opdracht op de locatie en de functie van een gebouw. Hij hield zijn bureau bewust klein om zich op het ontwerpen te kunnen blijven richten.



