De Amerikaanse jazzsaxofonist Plas Johnson is op 15 juli in Los Angeles overleden, zes dagen voor zijn 95e verjaardag. Zijn kinderen maakten zijn overlijden bekend. Johnson speelde nog geen maand geleden in het woonzorgcentrum waar hij woonde.
Johnson werd vooral bekend door zijn kenmerkende tenorsaxofoonsolo in The Pink Panther Theme. Componist Henry Mancini nam het nummer in 1963 op voor de film The Pink Panther. De muziek werd later ook gebruikt voor de populaire animatieserie Pink Panther.
De compositie staat op de twintigste plaats in de lijst van beste filmmuziek aller tijden van het American Film Institute. De soundtrack kreeg drie Grammy Awards en werd in 1965 genomineerd voor een Oscar voor beste originele muziek.
Sessiemuzikant in Los Angeles
Johnson groeide op in Louisiana in een muzikaal gezin. Zijn vader speelde banjo en saxofoon en gaf hem op zijn twaalfde een sopraansaxofoon. Johnson leerde daarna ook alt-, tenor- en baritonsaxofoon spelen, naast klarinet en fluit.
Aan het eind van de jaren 40 maakte hij met zijn broer Ray, een pianist, opnames als de Johnson Brothers. Hun eerste plaat verscheen in 1950 bij DeLuxe Records. Een jaar later trok Johnson door de Verenigde Staten met R&B-zanger Charles Brown.
In 1954 verhuisde hij naar Los Angeles, nadat hij zich had toegelegd op alt- en tenorsaxofoon. Hij groeide daar uit tot veelgevraagd sessiemuzikant. In die rol werkte hij onder anderen met BB King, Johnny Otis, Frank Sinatra, Rod Stewart, Marvin Gaye, Elton John en Nat King Cole.
Opname in twee takes
Johnson vertelde eerder dat de opname van The Pink Panther Theme snel klaar was. "Volgens mij hebben we het in slechts twee takes gedaan. Toen we klaar waren, applaudisseerde iedereen, zelfs de strijkers", zei hij. "En dat zegt wat... Ze applaudisseren nooit voor iets."
Hij bleef zijn loopbaan verbinden aan de ervaring van optreden in clubs. Johnson zei in 2007 dat hij daar in vier jaar tijd ongeveer 5000 nummers had geleerd, terwijl hij speelde met zangers en dansers. Het publiek liet volgens hem waardering zien door te dansen of mee te bewegen op de muziek.
Over jazzmuziek zei Johnson dat vakmanschap niet in de studio ontstaat. "Je verbetert je jazz niet in de studio. Je bent in de studio vanwege de jazz en blues die je kent."



