Het schilderij Portret van een dame van de Italiaanse schilder Ceruti keert terug naar de erfgenamen van de Joodse Nederlandse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Het werk werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s uit Nederland geroofd en kwam uiteindelijk terecht in Argentinië.
Patricia Kadgien, de dochter van de Duitse nazi-ambtenaar Friedrich Kadgien, heeft in een Argentijnse rechtszaal afstand gedaan van alle rechten op het schilderij. Het doek wordt overgedragen aan Goudstikkers schoondochter Marei von Saher en zijn kleindochters Charlene en Chantal.
De afspraken zijn vastgelegd in een schikking die rechter Santiago Inchausti in Mar del Plata heeft goedgekeurd. Kadgien en haar man Juan Carlos Cortegoso betalen daarnaast 4,8 miljoen Argentijnse pesos, bijna 2700 euro, aan een ziekenhuis in Mar del Plata. Dat bedrag wordt verdeeld over 24 maanden.
Schilderij jarenlang verborgen
Het kunstwerk werd vorig jaar bij Kadgien thuis ontdekt nadat onderzoeker Paul Post het had opgespoord. Het hing boven de bank in de woonkamer en was zichtbaar op een foto van een makelaarssite. Kadgien en haar advocaat hielden aanvankelijk vol dat het schilderij rechtmatig in hun bezit was.
Bij een politie-inval in de woning had Kadgien het doek verborgen. Enkele dagen later leverde ze het alsnog in bij justitie. Argentijns onderzoek wees vervolgens uit dat het schilderij aan het begin van de oorlog deel uitmaakte van de collectie van Jacques Goudstikker.
Friedrich Kadgien was een hooggeplaatste nazi-ambtenaar die na de oorlog naar Zuid-Amerika vluchtte. Hij zou daarbij diamanten en kunst hebben meegenomen die van Joodse handelaren waren geroofd. Het schilderij verdween 81 jaar geleden uit beeld.
Het Argentijnse Openbaar Ministerie noemde de teruggave „herstel voor de gehele Joodse gemeenschap, niet alleen de erfgename”. Kadgien zei tijdens de zitting akkoord te gaan met de regeling.
Zonder schikking konden Kadgien en Cortegoso maximaal zes jaar gevangenisstraf krijgen. Officier van justitie Carlos Martínez zei dat Argentinië met de zaak duidelijk wil maken dat het zijn internationale verplichtingen rond de bescherming van geroofde kunst serieus neemt. Door het akkoord komt er geen veroordeling.



