Bronzen beeld van Tula komt te koop na afwijzing door musea

Het bronzen beeld van Tula, gemaakt door Toos Hagenaars, wordt te koop aangeboden. Verschillende musea, waaronder Museum aan de A en het Groninger Museum, zien geen plek voor het omstreden werk.

Belangstellenden bekijken het bronzen beeld van Tula van kunstenares Toos Hagenaars
Belangstellenden bekijken het bronzen beeld van Tula van kunstenares Toos Hagenaars · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het ruim twee meter hoge bronzen beeld van Tula wordt te koop aangeboden, nadat verschillende musea het niet in hun collectie willen opnemen. Het werk staat momenteel in een gemeentelijke opslagloods in Winschoten. Ook Museum aan de A en het Groninger Museum hebben ervan afgezien.

De inmiddels 94-jarige kunstenares Toos Hagenaars maakte het beeld in 1973 in Willemstad. Zij wilde daarmee Tula eren, de leider van de slavenopstand op Curaçao in 1795. Tula werd na zijn arrestatie gemarteld en door de koloniale machthebbers geëxecuteerd.

Jarenlange discussie

Het beeld leidde vanaf het begin tot discussie. Critici vonden dat Tula geen standbeeld verdiende of dat een witte Nederlandse kunstenares niet degene kon zijn om een monument voor een zwarte Curaçaose verzetsleider te maken. Ook binnen de Afro-Curaçaose gemeenschap waren er bezwaren tegen de vormgeving en de volledige naaktheid van de figuur.

Tegelijkertijd kreeg het werk ook steun. Bij een kijkdag in 1973 spraken veel bezoekers zich uit voor het beeld. De Curaçaose schrijver en erfgoedbeschermer Elis Juliana schreef het gedicht Lanta Tula, dat voor de sokkel was bedoeld.

Hagenaars liet het beeld in Nederland in brons gieten. Omdat de kritiek op Curaçao aanhield, werd het niet teruggestuurd. Het stond jarenlang in haar tuin tegenover het station van Winschoten. Later kreeg het een plek in Cultuurhuis De Klinker en verhuisde het naar een opslaglocatie van de gemeente Oldambt.

Geen terugkeer naar Curaçao

In 2007 zou het beeld worden getoond tijdens de nationale Tula-herdenking in Amsterdam, maar de organisatie trok zich op het laatste moment terug. In 2010 leek een terugkeer naar Curaçao mogelijk. Curator en kunstenaar Felix de Rooy nam het werk op in een publicatie over Museum Savonet, maar het transport ging om financiële redenen niet door.

In 2023 droeg Hagenaars het beeld symbolisch over aan Gibi Bacilio van het Curaçaose Platform Slavernij en Erfenis van de Slavernij. Bacilio, die eerder kritisch was, zei toen: “Toos zie ik als pionier, die met haar witte handen vorm wilde geven aan onze zwarte emancipatie.”

De Curaçaose overheid wees de komst uiteindelijk af. Het Tula Museum noemde het beeld “racistisch en degraderend voor de nationale held” en “koloniaal”. Minister Sithree van Heydoorn nam een negatief advies over. Het beschikbare geld ging naar andere projecten.

Lees ook