Bij een aardverschuiving in een illegale goudmijn in het Colombiaanse departement Nariño zijn zeker veertien mensen omgekomen. Zeven anderen raakten gewond. Reddingswerkers zoeken naar mensen die mogelijk nog onder het puin liggen.
De instorting gebeurde rond 08.00 uur lokale tijd in de buurt van Santa Bárbara de Iscuandé, een afgelegen gemeente in het zuidwesten van het land. Volgens lokale autoriteiten waren op dat moment ongeveer dertig mensen in de mijn aan het werk.
De hulpverlening wordt bemoeilijkt door de ligging van het gebied. Santa Bárbara de Iscuandé ligt midden in het regenwoud en is alleen bereikbaar per boot of met een klein vliegtuig. Daardoor kost het reddingswerk meer tijd en moeite.
Illegale mijnbouw in Nariño
De gouverneur van Nariño, Luis Alfonso Escobar, zegt dat het redden van levens voorrang heeft. Ook wil de regionale overheid de families van de slachtoffers ondersteunen en zorgen voor hulp in het getroffen gebied.
In Nariño, dat aan Ecuador grenst, komt veel illegale mijnbouw voor. In het gebied zijn ook verschillende gewapende groepen actief, waaronder dissidenten van de voormalige guerrillabeweging FARC. Zij verdienen onder meer geld aan de illegale winning van goud.
De Colombiaanse ombudsman heeft de gewapende groepen opgeroepen hulpverleners toegang te geven tot het gebied. De organisatie zegt dat alle inspanningen nu moeten zijn gericht op het redden van levens en het bestrijden van de noodsituatie.
Mijnongelukken komen in Colombia vaker voor, vooral in mijnen die buiten het toezicht van de autoriteiten opereren. In augustus kwamen bij een vergelijkbaar ongeluk in Policarpa, eveneens in Nariño, dertien mijnwerkers om het leven.



