Bij een luchtaanval op een markt in het noordwesten van Myanmar zijn zeker 33 mensen omgekomen. Daarnaast raakten 36 mensen gewond. De aanval vond plaats in de staat Rakhine, waar al jaren wordt gevochten tussen lokale bevolkingsgroepen en het militaire regime.
Plaatselijke hulpverleners zeggen dat het regeringsleger verantwoordelijk is voor het bombardement. De markt ligt volgens hen op ruime afstand van het front. Het is niet onafhankelijk vastgesteld wie de aanval heeft uitgevoerd.
Het leger heeft tijdens de burgeroorlog vaker luchtaanvallen uitgevoerd waarbij burgers om het leven kwamen. De militaire machthebbers zeggen dat zij bij hun operaties proberen de burgerbevolking zo veel mogelijk te ontzien.
Strijd tegen het militaire regime
Myanmar verkeert al jaren in een diepe politieke en militaire crisis. In 2021 maakten de machthebbers een einde aan voorzichtige democratische hervormingen, nadat de oppositie bij de parlementsverkiezingen een overwinning dreigde te behalen. Oppositieleider Aung Sang Suu Kyi werd daarop vastgezet.
Sindsdien zijn in verschillende delen van het land gewapende conflicten opnieuw opgelaaid. Meerdere etnische bevolkingsgroepen voeren strijd tegen de junta in de hoofdstad Naypyidaw. Zij eisen onder meer meer autonomie voor hun gebieden.
In Rakhine is onder meer het Arakan Army actief, een gewapende organisatie die zegt op te komen voor de belangen van de Rakhine-bevolking. De gevechten in de staat hebben de afgelopen jaren geleid tot nieuwe vluchtelingenstromen en grote schade aan dorpen en steden.
Het geweld in Myanmar heeft volgens schattingen al tienduizenden levens geëist. Miljoenen inwoners zijn hun woonplaats ontvlucht en afhankelijk geworden van hulp. De aanhoudende gevechten maken het voor hulporganisaties moeilijk om getroffen gebieden te bereiken en gewonden te verzorgen.



