In Europa zijn dit seizoen 1086 besmettingen met het westnijlvirus vastgesteld. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) meldt dat het virus in vijftien landen is opgedoken. De cijfers gaan om mensen die de besmetting in Europa hebben opgelopen.
Italië telt met 516 gevallen de meeste besmettingen. Griekenland volgt met 284 gevallen en in Spanje zijn 88 besmettingen geregistreerd. In Nederland zijn tot nu toe negen gevallen vastgesteld.
Begin augustus waren in Europa nog 241 besmettingen bekend. De nieuwe cijfers lopen tot en met donderdag. Het ECDC waarschuwt dat de geregistreerde aantallen geen volledig beeld geven van de verspreiding van het virus.
Overdracht door muggen
Het westnijlvirus wordt vooral door muggen verspreid onder wilde vogels. Muggen kunnen het virus vervolgens ook op mensen overdragen. In totaal zijn besmettingen gemeld in 144 gebieden in Europa, waarvan 62 in Italië.
De meeste mensen die besmet raken, krijgen geen of slechts milde klachten. Volgens het Duitse Robert Koch-Institut krijgt ongeveer 20 procent van de besmette mensen griepachtige verschijnselen en koorts. Ongeveer één op de honderd besmette mensen wordt ernstig ziek.
Er is geen specifiek medicijn tegen het westnijlvirus. De klachten kunnen onder meer bestaan uit hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. In ernstige gevallen kan het virus leiden tot een ontsteking van de hersenen of hersenvliezen, maar zulke complicaties zijn zeldzaam.
Minister van Volksgezondheid Hermans waarschuwde eerder om alert te zijn op muggen. Mensen kunnen het risico op een beet verkleinen door bedekkende kleding te dragen, horren te gebruiken en muggenwerende middelen aan te brengen. Vooral in gebieden waar het virus voorkomt, wordt aangeraden stilstaand water rond woningen weg te halen, omdat muggen zich daar kunnen voortplanten.



