De Verenigde Staten verwachten dat de oorlog met Iran tot en met september 37,5 miljard dollar kost, ongeveer 32,5 miljard euro. Dat heeft minister van Defensie Pete Hegseth verklaard tijdens een hoorzitting van een senaatscommissie.
De nieuwe raming ligt aanzienlijk hoger dan de eerdere schatting. Halverwege mei werd nog uitgegaan van bijna 29 miljard dollar aan Amerikaanse uitgaven voor de oorlog.
Hegseth rekende niet alleen de kosten mee die al zijn gemaakt. Ook de verwachte militaire uitgaven voor de komende maanden zijn opgenomen in het totaalbedrag. Daardoor geeft de schatting een beeld van de kosten die de Verenigde Staten voorzien tot en met september.
Verzoek om extra geld
De minister verdedigde bij de senaatscommissie tevens een verzoek om ongeveer 67 miljard dollar aan aanvullende financiering. Het verzoek staat los van de raming van 37,5 miljard dollar, maar komt op een moment waarop de Amerikaanse militaire inzet in de regio is hervat.
De hoorzitting was de eerste keer dat Hegseth zich sinds die hervatting publiekelijk tegenover parlementariërs moest verantwoorden. De minister lichtte daar de financiële gevolgen van de militaire operaties toe.
De oorlog begon eind februari met aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran. Vorige maand bereikten de Verenigde Staten en Iran tijdelijk een overeenkomst over onder meer een bestand en de hervatting van de scheepvaart door de Straat van Hormuz.
Die afspraak hield geen stand. Na nieuwe aanvallen van beide kanten verviel de overeenkomst, waarna de militaire operaties doorgingen. De Straat van Hormuz is een belangrijke vaarroute voor de internationale scheepvaart.
De stijging van de kostenraming met ruim 8 miljard dollar weerspiegelt daarmee zowel de voortzetting van de inzet als de verwachte uitgaven voor de resterende periode tot september. Hegseth heeft de raming afgegeven terwijl de Senaat zich buigt over het aanvullende financieringsverzoek van zijn ministerie.



