De twee mannen die in Spanje terechtstonden voor de moord op de Nederlandse drugshandelaar Ebrahim Buzhu zijn definitief vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie had tegen beiden 28 jaar gevangenisstraf geëist, maar het gerechtshof vindt het bewijs niet sterk genoeg.
Buzhu werd in januari 2022 dood gevonden op een industrieterrein bij Chiclana de la Frontera, ten zuiden van de havenstad Cádiz. Hij was door een schot in zijn hoofd om het leven gebracht. Door de vrijspraak blijft onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de liquidatie.
Klokkenluider van Taghi
Buzhu was de eerste Nederlander die de politie uitgebreid vertelde over Ridouan Taghi en diens criminele organisatie. Vanaf 2015 legde hij vijf verklaringen af over Taghi’s vermeende rol in de internationale cocaïnehandel, moorden en contacten binnen de onderwereld.
Na die verklaringen moest Buzhu vluchten. In de onderwereld zou een prijs op zijn hoofd zijn gezet. De Nederlandse politie startte mede op basis van zijn informatie een groot onderzoek naar Taghi, die later uitgroeide tot een van de meestgezochte criminelen van Nederland.
De Spaanse Guardia Civil ging ervan uit dat Buzhu doelgericht was vermoord. Kort voor zijn dood zou hij in Spanje een afspraak hebben gehad met leden van een criminele groep die hij eerder had verraden. De daders zouden vanuit Málaga naar Chiclana de la Frontera zijn gereden in een huurauto. Na de moord werd die auto in brand gestoken.
Mobiele telefoons
De zaak tegen de twee verdachten steunde vooral op gegevens van mobiele telefoons. Het gerechtshof oordeelt dat die informatie onvoldoende nauwkeurig is om vast te stellen dat de mannen op de plaats van de moord waren. De gebruikte zendmasten hadden een bereik van ongeveer 2 kilometer.
Ook is niet bewezen dat de verdachten de telefoons tijdens de moord bij zich droegen. Direct bewijs ontbreekt eveneens: er waren geen getuigen die hen bij de moord zagen en er zijn geen camerabeelden van de huurauto.
Getuigen meldden bovendien dat zij bij de brandende vluchtauto twee andere mannen hadden gezien. Die personen werden aanvankelijk als verdachten beschouwd, maar verdwenen later uit het onderzoek. De twee mannen die nu zijn vrijgesproken hebben geen strafblad en ontkenden vanaf het begin iedere betrokkenheid. Hun vrijspraak kan niet meer worden aangevochten.


