De Turkse komiek Deniz Göktas is maandag veroordeeld tot negentien maanden gevangenisstraf. De rechtbank achtte hem schuldig aan het beledigen van president Recep Tayyip Erdogan en religieuze waarden tijdens een optreden.
Göktas hoeft voorlopig niet naar de gevangenis. Hij is vrijgelaten totdat een hof van beroep de zaak heeft behandeld. In Turkije wordt een veroordeling pas definitief na die beroepsprocedure.
De 32-jarige komiek werd in juli gearresteerd nadat beelden van zijn voorstelling op YouTube veel aandacht hadden gekregen. De video werd meer dan negen miljoen keer bekeken. Volgens de aanklager kwamen er 185 klachten over de voorstelling binnen.
Tijdens het optreden maakte Göktas grappen over Erdogan, die hij een dictator noemde. Ook verwees hij naar de Koran, de gevangengezette oppositieburgemeester Ekrem Imamoglu, het Turkse onderwijs en andere politieke en maatschappelijke onderwerpen.
Komiek noemt optreden satire
Göktas verklaarde tijdens zijn verhoor dat hij niet van plan was Erdogan of religieuze waarden te beledigen. Hij zei dat zijn uitspraken onderdeel waren van satire. In Turkije kan belediging van de president worden bestraft met maximaal vier jaar gevangenisstraf.
De komiek werd ook aangeklaagd voor het verheerlijken van criminaliteit. Voor die beschuldiging sprak de rechtbank hem vrij. De straf van negentien maanden heeft betrekking op de belediging van Erdogan en religieuze waarden.
Tijdens de voorstelling stond een decorstuk van een hakblok met het hoofd van Göktas op het podium. Daarmee wilde hij volgens de berichtgeving wijzen op de risico's van politieke satire in Turkije.
Na zijn arrestatie kwamen tientallen supporters naar de rechtbank in Istanbul om zijn vrijlating te eisen. Ook prominente leden van de Turkse oppositie spraken zich uit tegen zijn aanhouding.
De zaak staat niet op zichzelf. Journalisten, kunstenaars, komieken en andere critici van de islamistisch-conservatieve regering van Erdogan worden in Turkije geregeld geconfronteerd met rechtszaken of arrestaties. Het beledigen van de president is er strafbaar, waardoor uitingen over de regering en het staatshoofd juridische gevolgen kunnen hebben.



