Turkije neemt wet aan voor einde van strijd met PKK

Het Turkse parlement heeft een wet aangenomen die een einde moet maken aan het conflict met de PKK. Veroordeelde betrokkenen kunnen onder voorwaarden strafvermindering krijgen en terugkeren naar Turkije.

Journalisten filmen het Turkse parlement in Ankara
Journalisten filmen het Turkse parlement in Ankara · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het Turkse parlement heeft maandag ingestemd met de Nationale solidariteits- en sociale-integratiewet. De wet moet een definitief einde inluiden van het conflict tussen Turkije en de Koerdische beweging PKK, dat al ruim veertig jaar duurt en ongeveer 40.000 levens heeft gekost.

De maatregel sluit aan op het besluit van de PKK om vorig jaar de wapens neer te leggen en zichzelf op te heffen. De beweging wil haar doelen voortaan via de politiek nastreven. Turkije biedt met de nieuwe wet ruimte voor strafvermindering en terugkeer, maar sluit de zwaarst gestrafte PKK-kopstukken uit.

Voorwaarden voor strafvermindering

Gevangenisstraffen van mensen die voor betrokkenheid bij de PKK zijn veroordeeld, kunnen worden opgeschort. Dat geldt alleen voor personen die geen zware terroristische misdrijven hebben gepleegd. Als zij zich tijdens vastgestelde proeftijd niet opnieuw schuldig maken aan strafbare feiten, wordt hun oorspronkelijke straf als voltooid beschouwd.

PKK-strijders en burgers die bijvoorbeeld in Irak verblijven, kunnen daardoor naar Turkije terugkeren zonder directe vervolging te riskeren. Zij moeten daarvoor binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de wet een schriftelijk verzoek indienen.

PKK-leider Abdullah Öcalan valt niet onder de strafmaatregel. De wet maakt een uitzondering voor terroristische leiders die vóór 2005, het jaar waarin de huidige Turkse strafwet van kracht werd, tot levenslang zijn veroordeeld. Öcalan, die 77 jaar oud is, krijgt wel meer mogelijkheden om bezoek te ontvangen. Hij zit sinds zijn arrestatie in 1999 gevangen.

President Recep Tayyip Erdogan noemt de wet een middel om Turkije “eens en voor altijd te verlossen van terreurdreiging”. Volgens hem moeten de maatregelen ook de nationale eenheid versterken en bijdragen aan vrede in Turkije en de regio. Bij de indiening van het wetsvoorstel schreef Erdogan: “Ik hoop dat deze stap ons veel goed zal brengen.”

De wet moet bovendien gesprekken mogelijk maken over de zogenoemde Koerdische kwestie. Koerden in Turkije vragen al langer om betere bescherming van hun grondrechten. Eerdere pogingen tot toenadering mislukten onder meer door verzet van ultranationalisten. In oktober 2024 ontstond opnieuw ruimte voor overleg, nadat MHP-leider Devlet Bahçeli zich daar voorzichtig voor uitsprak.

Oppositie hekelt snelle behandeling

Oppositiepartij IYI had om een referendum gevraagd, maar dat verzoek is afgewezen. De partij bekritiseerde de strafverlichting voor veroordeelde PKK-betrokkenen, terwijl volgens haar veel lokale politici, journalisten, influencers en stand-upcomedians vastzitten.

Ook de behandeling van de wet leidde tot kritiek. De inhoud bleef tot vlak voor de indiening geheim en het parlement kreeg geen gebruikelijke periode van 48 uur tussen indiening en debat. Het voorstel ging direct naar de justitiecommissie, waarna kort voor de eindstemming een debat plaatsvond.

Lees ook