Tsjaad zegt lidmaatschap van Internationaal Strafhof op

Tsjaad trekt zich terug uit het Internationaal Strafhof in Den Haag. De aankondiging volgt kort na overleg met een Amerikaanse diplomaat, die het land had gevraagd het lidmaatschap te heroverwegen.

Tsjadische regeringsfunctionaris tijdens een bijeenkomst
Tsjadische regeringsfunctionaris tijdens een bijeenkomst · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Tsjaad heeft aangekondigd het lidmaatschap van het Internationaal Strafhof op te zeggen. De terugtrekking gaat over een jaar in. Daarmee volgt het land Mali, Burkina Faso en Niger, die eerder al besloten het hof te verlaten.

De regering in N'Djamena zegt na een evaluatie te hebben geconcludeerd dat het hof onvoldoende doeltreffend is bij de vervolging van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Ook vindt Tsjaad dat het hof onevenredig vaak Afrikaanse en andere niet-westerse verdachten berecht.

De beslissing kwam enkele dagen nadat minister van Buitenlandse Zaken Abdoulaye Sabre Fadoul had gesproken met Frank Garcia, de hoogste Amerikaanse diplomaat voor Afrika. Garcia sprak daarbij de wens uit dat Tsjaad zijn toetreding tot het hof opnieuw zou bekijken.

Amerikaanse druk op het hof

De Verenigde Staten zijn zelf geen lid van het Strafhof en voeren al langer campagne tegen de instelling. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio zei twee weken eerder dat de VS het hof zo nodig "steen voor steen" willen afbreken. De Amerikaanse regering roept andere landen op zich eveneens terug te trekken.

Ook Venezuela heeft inmiddels gemeld het lidmaatschap op te zeggen. De Amerikaanse diplomatieke druk valt in Afrika samen met bestaande kritiek op het hof. Van de ruim dertig zaken die sinds 2002 voor het hof zijn gebracht, ging een groot deel over verdachten uit Afrika.

Die verhouding voedt in meerdere Afrikaanse landen de opvatting dat het hof met twee maten meet. De militaire regeringen van Mali, Burkina Faso en Niger noemden het hof vorig jaar een instrument van neokoloniale onderdrukking toen zij hun vertrek aankondigden.

De terugtrekking kan president Mohamed Idriss Déby diplomatiek voordeel opleveren in de relatie met Washington. Tegelijkertijd is de beslissing populair bij een deel van de Afrikaanse bevolking dat het Strafhof als een instelling ziet die vooral Afrikaanse leiders vervolgt.

Onderzoek naar geweld in Soedan

Het vertrek komt op een gevoelig moment voor het Strafhof, dat ook intern onder druk staat. Voormalig hoofdaanklager Karim Khan werd onlangs ontslagen na beschuldigingen van seksueel wangedrag. Onder zijn leiding richtte het hof zich ook op verdachten buiten Afrika, onder wie de Russische president Vladimir Poetin, leiders van de Taliban en de voormalige Filipijnse president Rodrigo Duterte.

Tsjaad kan zelf betrokken raken bij een onderzoek naar geweld rond de Soedanese stad El Fasher. De Verenigde Naties hebben dat geweld door de Rapid Support Forces omschreven als genocide. Die strijdgroep kreeg onder meer wapens via vliegvelden in Tsjaad.

Mensenrechtenorganisaties wijzen er daarnaast op dat ook Mali, Burkina Faso en Niger worden beschuldigd van oorlogsmisdaden in hun strijd tegen jihadistische groeperingen. Een vertrek uit het Strafhof betekent niet dat nationale autoriteiten geen onderzoek meer kunnen doen, maar beperkt wel de mogelijkheden voor internationale vervolging.

Lees ook