Spanje heeft de Europese grens- en kustwacht Frontex gevraagd om bijstand in Ceuta. De organisatie moet helpen bij de controle van de duizenden migranten die nog in de Spaanse exclave verblijven. Dat verzoek is gedaan door de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska.
Ceuta werd op 30 en 31 juli geconfronteerd met een uitzonderlijk grote toestroom. Naar schatting 72.000, voornamelijk Marokkaanse migranten, bereikten het gebied. Volgens de Spaanse autoriteiten stonden Marokkaanse grensbewakers de oversteek toe, waardoor Spanje naar eigen zeggen onverwacht voor de situatie kwam te staan.
De meeste migranten gingen kort na aankomst terug naar Marokko. Spaanse autoriteiten schatten dat momenteel nog tussen de 5.000 en 8.000 mensen in Ceuta verblijven. De exacte omvang van de groep is niet vastgesteld.
Strategische ligging
Ceuta ligt aan de Noord-Afrikaanse kust en heeft een oppervlakte van nog geen 19 vierkante kilometer. Samen met Melilla, dat verder oostwaarts ligt, is de stad het enige gebied waar de Europese Unie een landgrens met Afrika heeft.
Door die ligging zijn de twee Spaanse gebieden geregeld onderdeel van migratieroutes naar de EU. De grens tussen Ceuta en Marokko wordt bewaakt door Spaanse en Marokkaanse autoriteiten. Frontex ondersteunt EU-lidstaten bij het bewaken van de buitengrenzen en bij het registreren en controleren van mensen die de Europese Unie binnenkomen.
De Spaanse regering heeft niet bekendgemaakt hoeveel Frontex-medewerkers zij precies vraagt of wanneer de ondersteuning moet beginnen. Ook is niet gemeld hoe lang de hulp nodig zou zijn. Wel maakt het verzoek duidelijk dat Spanje extra Europese capaciteit wil inzetten na de grote toestroom van eind juli.



