De Servische president Aleksandar Vucic heeft zijn functie neergelegd. Zijn vertrek maakt de weg vrij voor vervroegde parlementsverkiezingen op 25 oktober. Die verkiezingen stonden aanvankelijk gepland voor december 2027.
Vucic kondigde zijn vertrek in juni al aan. Hij was negen jaar president van Servië. De stap volgt na een lange periode van protesten tegen zijn regering, waarbij grote aantallen mensen de straat op gingen.
Protesten na instorting stationsgebouw
De onvrede kwam eind 2024 nadrukkelijk naar voren na de instorting van een stationsgebouw in Novi Sad. Daarbij kwamen zestien mensen om het leven. Demonstranten zagen de ramp als een symbool van de manier waarop Vucic het land bestuurde.
De betogers verwijten de regering onder meer corruptie, aantasting van de rechtsstaat en druk op de persvrijheid. Ook de pro-Russische koers van Vucic leidt tot weerstand. Tegelijkertijd zegt de president dat Servië lid moet worden van de Europese Unie.
Vucic is 56 jaar en wil actief blijven in de politiek. Hij kan zich niet kandidaat stellen voor een derde presidentstermijn, maar wil als partijleider deelnemen aan de parlementsverkiezingen. Als zijn conservatieve SNS-partij de verkiezingen wint, kan hij opnieuw premier worden. Die functie bekleedde hij al van 2014 tot 2017.
De SNS neemt het op tegen een politieke partij die is voortgekomen uit de studentenprotesten. Ook een blok van pro-westerse partijen doet mee. Dat blok wil dat Servië snel nauwere banden met de Europese Unie aangaat.
Na de vorming van een nieuw parlement volgen in Servië ruim een maand later presidentsverkiezingen. De nieuwe president wordt daarmee gekozen na een campagne waarin de rol van Vucic, ondanks zijn vertrek uit het presidentschap, naar verwachting centraal staat.


