De Deense supermarktketen Salling Group maakt 51 filialen geschikt als noodwinkel. Het gaat om 17 Bilka-hypermarkten, 32 Føtex-supermarkten en 2 winkels van Netto. De eerste locaties moeten tussen 2027 en 2028 klaar zijn voor noodgevallen, al kunnen sommige filialen mogelijk eerder openen.
Salling Group, het moederbedrijf van de drie supermarktketens, maakte in 2025 bekend de noodwinkels op te zetten. Het streven is dat ongeveer 80 procent van de Deense bevolking binnen een straal van maximaal 50 kilometer van een noodwinkel woont.
Betalen zonder internet
De geselecteerde filialen krijgen noodaggregaten. Daarmee kunnen ze bij een grootschalige stroomstoring minstens twee dagen blijven functioneren zonder aansluiting op het reguliere elektriciteitsnet.
Ook het betalingsverkeer wordt aangepast. Dankzij een samenwerking met betalingsverwerker Nets kunnen klanten in de noodwinkels offline met hun betaalpas of mobiele telefoon afrekenen. Dat moet ook mogelijk zijn wanneer de dataverbindingen met de buitenwereld zijn verbroken.
De winkels houden niet het volledige reguliere assortiment beschikbaar. Zodra de normale voorraad op is, schakelen de filialen over op een vast noodassortiment van vijftig essentiële producten. Daaronder vallen onder meer havermout, pasta, rijst, knäckebröd, bonen, drinkyoghurt, gehakte tomaten en makreelfilet in blik.
Daarnaast verkopen de noodwinkels noodzakelijke verzorgingsproducten, zoals batterijen, vochtige doekjes, luiers en toiletpapier. Luxeproducten zoals rode wijn en biefstuk worden niet ingeslagen. Volgens Salling-woordvoerder Jacob Krogsgaard Nielsen zijn de winkels niet bedoeld voor mensen die in crisistijd nog snel een uitgebreid diner willen samenstellen.
Om hamsteren tegen te gaan, kunnen de filialen direct overgaan tot rantsoenering.
Onderdeel van Deense weerbaarheidsstrategie
De noodwinkels maken deel uit van de aangescherpte weerbaarheidsstrategie van de Deense overheid. Door geopolitieke spanningen, cyberdreigingen en extreem weer krijgen inwoners het advies om zelf voor minstens drie dagen voedsel, water en andere levensmiddelen in huis te hebben.
De Deense minister van Openbare Veiligheid en Noodhulp, Lisbeth Bech-Nielsen, noemt de noodwinkels een versterking van die voorbereiding. De winkels zijn bedoeld als aanvulling op de eigen voorraad van inwoners en niet als vervanging van een persoonlijk noodpakket.



