Een vrouw van 46 en haar 24-jarige zoon zijn drie dagen na het zinken van een passagiersschip levend teruggevonden in Indonesië. Vissers ontdekten hen op het onbewoonde eiland Balaloho, voor de kust van Selayar in Zuid-Sulawesi.
De twee vertelden reddingswerkers dat vier reisgenoten met wie zij onderweg waren, zijn overleden. Eerder was al één lichaam gevonden. De autoriteiten zoeken nog naar zeker achttien vermiste opvarenden.
Ook zaterdagavond werden vijf overlevenden gered: een meisje van 7, drie vrouwen en een man. Zij dreven bij het eiland Matallang en hielden zich vast aan een visfuik en stukken afval.
De vijf behoorden tot een groep van 25 mensen die geïmproviseerde vlotten had gemaakt. Ze bonden jerrycans en stukken kurk met touwen aan elkaar. Door harde wind en hoge golven raakten de opvarenden vervolgens van elkaar gescheiden.
Voor de recente vondsten waren 49 mensen levend uit zee gehaald. Hoeveel mensen er precies aan boord waren, is niet bekendgemaakt.
Motorpech op zee
Het houten passagiersschip zonk woensdag, ongeveer 80 kilometer uit de kust van Selayar. Het vaartuig was onderweg van Jampea naar Selayar toen het motorpech kreeg.
Meer dan 200 reddingswerkers zetten de zoekactie voort met boten, een verkenningsvliegtuig en een helikopter. Militairen, politieagenten, vissers en vrijwilligers helpen daarbij. De weersomstandigheden maken de operatie moeilijk: er staat harde wind en de golven zijn hoog.
Reddingsboeien met de naam KM Nurul Salsa zijn aangespoeld op een onbewoond eiland. Indonesië bestaat uit meer dan 17.000 eilanden, waardoor vervoer over water voor veel inwoners noodzakelijk is. De veiligheid op passagiersboten staat er vaker onder druk, onder meer doordat schepen te veel passagiers meenemen.



