Meer dan 300 duizend mensen zijn in Jemen op de vlucht geraakt door de strijd tussen de internationaal erkende regering en de Houthi’s. De overgrote meerderheid van deze groep verliet de afgelopen twee maanden hun huis, meldt de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die verbonden is aan de Verenigde Naties.
De Houthi’s besturen sinds 2014 grote delen van het noordwesten van Jemen. In september begonnen zij aan een snelle opmars langs de westkust. Daarbij namen de strijders onder meer de havenstad Mokka in. De plaats ligt op een strategische locatie aan de Rode Zee.
Door de terreinwinst kunnen de Houthi’s volgens de IOM gemakkelijker schepen aanvallen bij Bab al-Mandab. Deze zeestraat vormt een belangrijke doorgang voor de internationale scheepvaart tussen de Rode Zee en de Golf van Aden.
Hulpverlening verder bemoeilijkt
De nieuwe gevechten hebben de humanitaire crisis in Jemen verder verdiept. Veel gezinnen zoeken onderdak en hebben moeite om aan voedsel, water en andere basisvoorzieningen te komen. Tegelijkertijd kunnen hulporganisaties door het geweld moeilijker mensen bereiken die hun woonplaats hebben verlaten.
In Taiz, de derde stad van Jemen, zijn de voedselprijzen volgens de IOM in korte tijd sterk gestegen. Producten kosten er inmiddels drie tot vijf keer zoveel als enkele maanden geleden. De stad staat nog onder controle van de regering, maar wordt omsingeld door de Houthi’s.
De organisatie waarschuwt dat de grote toestroom van ontheemden de druk op opvanglocaties en lokale voorzieningen verder verhoogt. Veel mensen zijn aangewezen op tijdelijke onderkomens, terwijl de mogelijkheden voor hulp beperkt zijn door de aanhoudende gevechten.
Jemen verkeert al jaren in een ernstige humanitaire crisis. De Houthi’s veroverden in 2014 de hoofdstad Sanaa en grote delen van het noorden en westen van het land. De internationaal erkende regering houdt, met steun van regionale bondgenoten, controle over andere gebieden. Pogingen om tot een duurzame politieke oplossing te komen hebben het geweld niet beëindigd.


