IJslanders beslissen zaterdag in een referendum of de regering opnieuw met de Europese Unie moet onderhandelen over toetreding. Een meerderheid betekent niet direct dat IJsland lid wordt, maar vormt wel de eerste stap naar een mogelijk nieuw toetredingsproces.
In het land wonen ongeveer evenveel mensen als in Utrecht. IJsland ligt op ongeveer 1.500 kilometer van het dichtstbijzijnde EU-land, heeft weinig industrie en leunt sterk op landbouw en visserij. Het land heeft bovendien geen eigen leger.
De discussie over EU-lidmaatschap verdeelt de bevolking al lange tijd. In 2009, kort na het uitbreken van de financiële crisis, stemden IJslanders ook over het starten van toetredingsgesprekken. De toenmalige sociaaldemocratische regering begon vervolgens aan onderhandelingen met Brussel. In 2013 maakte een eurosceptische regering daar een einde aan. Twee jaar later verloor IJsland de status van kandidaat-lidstaat.
Onrust rond Groenland
De sociaaldemocraten wonnen in 2024 de verkiezingen onder leiding van premier Kristrún Frostadóttir. Zij vormde een pro-Europese coalitie en beloofde een nieuw referendum vóór 2027. De dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump richting Groenland hebben de discussie sindsdien extra gevoelig gemaakt.
Groenland ligt ongeveer 300 kilometer van IJsland. Trump noemde IJsland bovendien enkele keren toen hij sprak over een mogelijke overname van Groenland. Ook een opmerking van de Amerikaanse kandidaat-ambassadeur dat IJsland na Groenland de 52e Amerikaanse staat zou kunnen worden, viel slecht in het land.
Volgens historicus Simon Halink van de Universiteit van IJsland is de verdeeldheid groot. „De verdeeldheid onder de IJslanders over dit onderwerp is enorm”, zegt hij. IJslandkenner Kim Middel van de Universiteit Twente ziet aan beide kanten sterke argumenten. „Een ander deel van de bevolking realiseert zich dat IJsland een kwetsbaar land met een fragiele economie is”, zegt Middel. „Dat deel zoekt verbinding.”
Voorstanders verwachten economische voordelen van EU-lidmaatschap, waaronder invoering van de euro. Die munt zou stabieler zijn dan de IJslandse kroon, die geregeld gepaard gaat met hoge inflatie. IJsland maakt al deel uit van de Schengenzone en de Europese Economische Ruimte, maar heeft daardoor geen stem bij het vaststellen van Europese regels.
Tegenstanders vrezen vooral gevolgen voor de landbouw en visserij. Zij zijn bang dat Brussel het IJslandse systeem van visquota overneemt. De peilingen wijzen op een nek-aan-nekrace, met een klein voordeel voor het kamp dat de onderhandelingen wil hervatten.
Bij een positief referendum volgen jarenlange gesprekken. Daarna moeten IJslanders opnieuw stemmen over een eventueel akkoord. Vooral uitzonderingen voor landbouw en visserij zullen naar verwachting moeilijk te bereiken zijn.



