Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag buigt zich deze week over de vraag of het een zaak van Nicaragua tegen Duitsland mag behandelen. Nicaragua wil dat Duitsland stopt met de levering van militair materieel aan Israël en stelt dat Duitsland daarmee zijn verplichtingen onder het Genocideverdrag schendt.
De procedure gaat voorlopig niet over de vraag of Duitsland daadwerkelijk medeplichtig is aan genocide in Gaza. Het hof behandelt eerst een bezwaar dat Duitsland eind vorig jaar indiende tegen de ontvankelijkheid van de zaak. Volgens Duitsland kan het ICJ de zaak niet behandelen zonder ook de verantwoordelijkheid van Israël vast te stellen. Israël is geen partij in de procedure en heeft niet ingestemd met deelname.
Duitsland behoort tot de belangrijkste wapenleveranciers van Israël. Alleen de Verenigde Staten leveren meer, met ongeveer twee derde van de Israëlische wapenimport. Duitsland staat op de tweede plaats met bijna een derde.
Eerdere uitspraak over voorlopige maatregelen
In april 2024 wees het hof vrijwel unaniem verzoeken van Nicaragua af om Duitsland voorlopig te verplichten de export van mogelijk voor oorlogsmisdrijven inzetbaar materieel te stoppen. Het ICJ verwees daarbij naar de Duitse stelling dat de wapenexport sinds de Hamasaanval van 7 oktober 2023 en de daaropvolgende Israëlische militaire campagne in Gaza sterk was afgenomen.
Volgens Duitsland bestond 98 procent van de export uit ander materieel dan oorlogswapens. De goedgekeurde export nam daarna weer toe. In de eerste vijf maanden van 2026 gaf Duitsland vergunningen af voor leveringen ter waarde van 800 miljoen euro. Dat was meer dan de totale waarde in de twintig maanden daarvoor.
Nicaragua verwijst naar eerdere uitspraken van het ICJ in de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël. In januari en maart 2024 stelde het hof dat er een risico op genocide bestond en droeg het Israël en andere staten op maatregelen te nemen om genocide te voorkomen.
Een uitspraak over de ontvankelijkheid van de Duitse zaak wordt niet voor begin 2027 verwacht. Als het hof de procedure toelaat, volgen waarschijnlijk meerdere schriftelijke rondes en later openbare hoorzittingen. Daardoor kan de zaak nog jaren duren, zoals vaker gebeurt bij procedures over genocide bij het ICJ.



