De raad van gouverneurs van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) heeft Iran verantwoordelijk gehouden voor het aanhoudend niet nakomen van verplichtingen uit het non-proliferatieverdrag. De 35 leden namen woensdag een resolutie aan waarin staat dat de kwestie moet worden voorgelegd aan de VN-Veiligheidsraad. Het is voor het eerst in twintig jaar dat het IAEA deze stap tegen Iran zet.
De resolutie werd ingediend door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. In totaal stemden 23 landen voor, terwijl Rusland, China en Niger tegen stemden. Acht landen onthielden zich van stemming.
Iran wordt opgeroepen dringend mee te werken aan nieuwe inspecties. Het land moet IAEA-inspecteurs toegang geven tot alle nucleaire locaties en actuele informatie verstrekken over de hoeveelheid en samenstelling van zijn voorraad hoogverrijkt uranium.
Mogelijke sancties
De VN-Veiligheidsraad kan aanvullende sancties tegen Iran instellen. De kans daarop wordt echter klein geacht, omdat Rusland en China als permanente leden een veto kunnen uitspreken. Beide landen stemden bij het IAEA tegen de resolutie.
Iran heeft het besluit scherp veroordeeld. De Iraanse vertegenwoordiging bij de VN zegt dat inspecties niet veilig kunnen worden uitgevoerd door de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran in de afgelopen tijd. Sinds aanvallen in de zomer van 2025 heeft het IAEA geen toegang meer tot nucleaire installaties die daarbij zijn geraakt.
Ook daarvoor waren er al langdurige problemen. Iran beperkte de toegang van inspecteurs en verwijderde camera's waarmee het agentschap toezicht hield op bepaalde locaties. Volgens het IAEA liep het land bovendien sinds de Amerikaanse terugtrekking uit het nucleaire akkoord van 2015 steeds verder weg van de gemaakte afspraken. Die terugtrekking vond plaats in 2018, tijdens het presidentschap van Donald Trump.
Geen actueel overzicht
Het IAEA schat dat Iran 440,9 kilo uranium bezit dat tot 60 procent is verrijkt. Dat materiaal kan relatief snel verder worden verrijkt tot 90 procent, het niveau dat nodig is voor een kernwapen. Er is geen bewijs dat Iran die stap heeft gezet, zei IAEA-directeur Rafael Grossi.
Grossi schrijft in een recent rapport dat het agentschap sinds vorig jaar geen betrouwbaar beeld meer heeft van de nucleaire activiteiten in Iran. Het IAEA kan daardoor geen actuele informatie geven over de omvang, samenstelling of locatie van de Iraanse voorraad verrijkt uranium.



