Hongkongse activisten krijgen celstraffen tot ruim zeven jaar

Drie Hongkongse activisten zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van vijf tot ruim zeven jaar voor het organiseren van herdenkingen van het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989.

Politie voor het West Kowloon Law Courts Building in Hongkong
Politie voor het West Kowloon Law Courts Building in Hongkong · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Drie activisten in Hongkong hebben gevangenisstraffen gekregen voor hun rol bij de organisatie van jaarlijkse herdenkingen van het neerslaan van de prodemocratische protesten op het Tiananmenplein in Peking. Lee Cheuk-yan kreeg zeven jaar cel, Chow Hang-tung zeven jaar en drie maanden en Albert Ho vijf jaar en twee maanden.

De drie werden eerder al schuldig bevonden aan het aanzetten tot ondermijning van de staatsmacht. De rechtbank bepaalde nu de duur van hun straf. Lee, Chow en Ho werden in 2021 opgepakt en hebben sindsdien grotendeels vastgezeten.

Herdenking jarenlang toegestaan

Jarenlang kwamen tienduizenden mensen bijeen in Victoria Park in Hongkong om de slachtoffers van het bloedbad van 1989 te herdenken. De autoriteiten verboden de herdenking vanaf 2020. De activisten waren betrokken bij de organisatie van de bijeenkomsten en hielden vast aan de herdenking, ondanks de toenemende druk van de autoriteiten.

De veroordelingen leiden tot kritiek op de verdere beperking van politieke oppositie en vrije meningsuiting in Hongkong. Maatschappelijke organisaties en prominente activisten zijn de afgelopen jaren opgeheven, opgepakt of naar het buitenland vertrokken.

De zaak staat in het teken van de bredere politieke veranderingen in Hongkong. In 2019 gingen miljoenen inwoners in verschillende fases de straat op vanwege een omstreden uitleveringswet. Die wet zou het mogelijk maken verdachten aan China over te dragen.

De protesten groeiden uit tot een beweging die meer democratie en autonomie voor Hongkong eiste. Maandenlang waren er grote demonstraties, blokkades en confrontaties tussen betogers en de politie. De autoriteiten maakten uiteindelijk met harde maatregelen een einde aan de beweging.

Veiligheidswet beperkt protest

Peking voerde in juni 2020 een nationale veiligheidswet in voor Hongkong. Die maakt onder meer afscheiding, ondermijning van de staatsmacht, terrorisme en samenwerking met buitenlandse machten strafbaar.

De Chinese regering zegt dat de wet nodig is voor stabiliteit en veiligheid. Critici stellen dat de wet wordt ingezet om vreedzame kritiek en politieke oppositie te onderdrukken. Sinds de invoering is de ruimte voor protest in Hongkong sterk afgenomen.

Lees ook