Sinds het begin van het Houthi-offensief in juli is het aantal ontheemden in het kustgebied van Jemen gestegen van 46.000 naar 85.000. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) spreekt van een ontheemdencrisis die snel groeit.
De Houthi’s rukken op langs de westkust van Jemen. Op 9 september veroverden ze de districten Hays en al-Khawkhah. Een dag later namen ze de kuststad Mokka in. Op 11 september trokken Houthi-strijders Dhubab binnen en veroverden ze het eiland Perim, dat in de monding van de zeestraat ligt.
Door de opmars slaan mensen opnieuw op de vlucht zodra het front hun kamp bereikt. Sommigen breken hun provisorische tenten af en trekken verder tot ze een veilige plek vinden. Daar bouwen ze met witte plastic zeilen een nieuw kamp, vaak op een plaats waar hulpverleners nog geen voedsel en andere voorzieningen brengen.
Vlucht naar Djibouti
Duizenden Jemenieten steken de Straat van Bab el-Mandeb over naar de havenstad Obock in Djibouti. Zondag zouden opnieuw 2.000 Jemenieten in het Afrikaanse land zijn aangekomen. De minister van Economische Zaken en Financiën van Djibouti meldde dat zaterdag 1.400 mensen op één dag waren gearriveerd. De dag ervoor werden 500 Jemenieten, onder wie vrouwen en kinderen, op zee gered nadat hun bootjes zonder brandstof waren komen te zitten.
Jemen vreest een nieuwe opleving van de burgeroorlog tussen de Houthi’s en het regeringsleger. Die oorlog heeft sinds 2014 al 4,5 miljoen Jemenieten op de vlucht gejaagd, 14 procent van de bevolking. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sanaa en een groot deel van het westen van het land. De rest bleef in handen van de door westerse landen gesteunde regering.
Een staakt-het-vuren zorgde sinds 2022 voor enige rust, maar de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran maakte daar een einde aan. In juli begonnen de Houthi’s, bondgenoten van Iran, een offensief dat zich vooral op de westkust richt.
Regering schaamt zich
Het Jemenitische regeringsleger vluchtte en liet miljoenen aan Amerikaanse militaire goederen achter, die de Houthi’s nu gebruiken. Regeringslid Sultan al-Arada noemde het gebrek aan tegenstand ‘pijnlijk en betreurenswaardig’. Volgens hem hergroepeert het leger zich en zal het terugvechten, ‘in een of andere vorm’.
De Straat van Bab el-Mandeb is belangrijk voor de olie-export, vooral richting Azië. Oliehandelaren vrezen dat na de Straat van Hormuz ook deze route wordt afgesloten.



