Het Hongaarse parlement heeft ingestemd met het verzoek van justitie om de parlementaire immuniteit van premier Magyar en twee voormalige ministers op te heffen. Het Openbaar Ministerie kan daardoor strafrechtelijke vervolging tegen de drie instellen.
Magyar, die in mei tot premier werd beëdigd, wordt verdacht van diefstal. Hij zou in 2024 tijdens een ruzie in een nachtclub in Boedapest de telefoon van iemand hebben afgepakt en die vervolgens in de Donau hebben gegooid. De mogelijke schade bedraagt volgens de aanklacht hooguit enkele honderden euro's.
Ook de partij van Magyar stemde voor het opheffen van zijn immuniteit. De premier verzette zich daar niet tegen, maar ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Hij stelt dat het Openbaar Ministerie hem om politieke redenen wil vervolgen.
Onderzoek naar oud-ministers
De twee andere verdachten waren minister in de regering van Viktor Orbán, Magyars voorganger. Het Openbaar Ministerie verdenkt hen van misbruik van tientallen miljoenen euro's aan overheidsgeld en van het aannemen van miljoenen euro's aan smeergeld.
Magyar vindt dat justitie de zaken niet gelijktijdig aan het parlement had moeten voorleggen. Volgens de premier zijn de verdenkingen tegen hem en de twee oud-ministers niet met elkaar te vergelijken.
Door het besluit van het parlement vervalt de bescherming die de drie als parlementariër genoten. Het opheffen van de immuniteit betekent niet dat zij schuldig zijn verklaard. Het Openbaar Ministerie kan nu wel formeel verdere strafrechtelijke stappen zetten.



