De ebola-uitbraak in Oeganda is officieel voorbij. Dat heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigd nadat de situatie meerdere weken was gevolgd. De Oegandese regering verklaarde eind juli al dat het land ebolavrij was.
Sinds mei werden in Oeganda twintig besmettingen vastgesteld. Twee patiënten overleden aan het virus. De WHO hield na de laatste besmettingen toezicht om na te gaan of er nieuwe gevallen zouden ontstaan.
Besmetting vanuit Congo
Het virus kwam Oeganda binnen vanuit buurland de Democratische Republiek Congo. Daar is de uitbraak nog niet beëindigd en ligt het aantal besmettingen aanzienlijk hoger. De WHO meldt dat in Congo inmiddels ruim 5600 gevallen zijn vastgesteld. Meer dan 2700 mensen zijn aan de ziekte overleden.
Hoewel de bestrijding in Congo vooruitgang boekt, blijft het aantal besmettingen daar toenemen. De uitbraak geldt inmiddels als de op een na grootste ebola-uitbraak die wereldwijd is geregistreerd.
Alleen de ebola-epidemie in West-Afrika tussen 2014 en 2016 was omvangrijker. Die epidemie trof vooral Guinee, Liberia en Sierra Leone en leidde tot duizenden sterfgevallen.
Ebola veroorzaakt onder meer koorts, spierpijn, diarree en soms inwendige en uitwendige bloedingen. Het virus wordt verspreid door direct contact met lichaamsvloeistoffen van besmette mensen of overledenen. Zorgverleners en familieleden lopen daardoor een verhoogd risico wanneer beschermende maatregelen ontbreken.
De beëindiging van de uitbraak in Oeganda betekent dat daar geen aanhoudende overdracht van het virus meer is vastgesteld. De gezondheidsautoriteiten blijven alert op mogelijke nieuwe besmettingen, omdat het virus vanuit omliggende gebieden opnieuw kan worden binnengebracht.



