Het aantal doden door de ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo is in twee weken tijd opgelopen van 999 naar ruim 1700. Ook het aantal geregistreerde besmettingen nam sterk toe, van 2473 tot meer dan 3800, melden de Congolese autoriteiten.
Het zwaartepunt van de uitbraak ligt in Ituri, in het noordoosten van het land. In die regio is 90 procent van alle gevallen vastgesteld. Gezondheidsdiensten hebben nog niet kunnen achterhalen waar de uitbraak precies is begonnen.
Onderzoek naar de oorsprong van het virus wordt bemoeilijkt door het geweld in de regio. Door gewapende conflicten slaan grote groepen inwoners op de vlucht, waardoor het moeilijk is om de eerste besmette persoon te vinden en contacten in kaart te brengen.
Ook melden veel zieke mensen zich niet bij de officiële gezondheidszorg. Zij zoeken hulp bij traditionele genezers, waardoor besmettingen later worden vastgesteld en verdere verspreiding moeilijker is te voorkomen.
Zeldzame variant
De uitbraak werd op 15 mei officieel vastgesteld en wordt veroorzaakt door de Bundibugyo-variant van ebola. Voor deze zeldzame variant bestaan nog geen vaccins of specifieke behandelingen.
Ebola is een zeldzame, zeer besmettelijke infectieziekte. Mensen kunnen het virus onder meer overdragen via lichaamsvloeistoffen, zoals bloed, sperma en braaksel. De ziekte kan inwendige bloedingen veroorzaken en is vaak dodelijk.
Het aantal sterfgevallen stijgt bij deze uitbraak sneller dan bij eerdere grote ebola-epidemieën. Tijdens de uitbraak in West-Afrika tussen 2013 en 2016 duurde het ongeveer acht maanden voordat duizend mensen aan de ziekte waren overleden.
De autoriteiten proberen de verspreiding in Ituri in te dammen, maar de onveilige situatie en de beperkte bereikbaarheid van getroffen gebieden maken die aanpak ingewikkeld. Zolang de bron van de uitbraak onbekend is en patiënten buiten beeld blijven, blijft het lastig om besmettingsketens te doorbreken.



