De duizenden militairen aan boord van de USS Abraham Lincoln zitten al meer dan 250 dagen op zee. Volgens familieleden hebben meerdere militairen geprobeerd overboord te springen. De langdurige inzet en de omstandigheden op het vliegdekschip zouden de geestelijke gezondheid van sommige bemanningsleden ernstig onder druk zetten.
Aan boord zouden tekorten zijn aan voedsel en andere basisbenodigdheden. Ook zijn er problemen met de waterleidingen en meldingen van verontreinigd water. Daarnaast zouden militairen wekenlang niet hebben kunnen wassen en geen verse maaltijden hebben gekregen. Het voortdurende lawaai en de trillingen van het schip zorgen volgens betrokkenen voor extra belasting.
Missie steeds verder verlengd
De USS Abraham Lincoln vertrok in november vanuit Californië met bestemming de Zuid-Chinese Zee. In februari werd het schip doorgestuurd naar het Midden-Oosten, in aanloop naar de aanvallen op Iran. De missie zou oorspronkelijk in mei eindigen, maar is meerdere keren verlengd.
Een vervangend vliegdekschip wordt inmiddels klaargemaakt. Een overdracht van de missie kan volgens de beschikbare informatie nog zes weken duren. De Amerikaanse marine heeft geen datum bekendgemaakt waarop de USS Abraham Lincoln terugkeert.
De problemen aan boord zijn breder dan alleen de lange verblijfsduur op zee. Er zijn ook zorgen over de veiligheid op het dek en over de postbezorging. Pakketten met hulpgoederen zouden maanden onderweg zijn geweest of zoek zijn geraakt, waardoor militairen niet altijd ontvingen wat hun familie had opgestuurd.
Senator Richard Blumenthal schreef hierover een brief aan minister van Defensie Pete Hegseth. Hij noemde daarin onder meer tekorten aan basisvoorzieningen, waterproblemen, verslechterende mentale gezondheid en verstoringen in de postbezorging.
Hegseth zei donderdag in Panama dat de regering ervoor zorgt dat schepen, bemanningen en kapiteins krijgen wat de overheid hun op ieder moment kan bieden. Het is niet bekendgemaakt welke maatregelen specifiek voor de USS Abraham Lincoln zijn genomen. Ook is onduidelijk hoeveel militairen bij de gemelde pogingen betrokken waren.



