De Federal Communications Commission (FCC) heeft met twee stemmen voor en één tegen de landelijke limiet voor het bezit van televisiezenders afgeschaft. Tot nu toe mocht één eigenaar gezamenlijk niet meer dan 39 procent van de Amerikaanse tv-huishoudens bereiken.
De FCC vervangt die vaste grens door een beoordeling per voorgenomen overname. Voorzitter Brendan Carr stelt dat de toezichthouder zo transacties kan goedkeuren die het publieke belang dienen, en andere kan tegenhouden. Hij zegt dat tv-zenders daardoor beter kunnen concurreren met streamingdiensten, die niet aan een vergelijkbare limiet gebonden zijn.
Carr verwacht ook dat grotere omroepen meer geld kunnen steken in lokale journalistiek en programma's voor de gemeenschap. Volgens hem zijn lokale zenders steeds vaker doorgeefluiken geworden voor landelijke producties uit Hollywood en New York.
Juridische strijd over bevoegdheid
De maatregel kan echter voor de rechter worden aangevochten. Het Congres legde de grens van 39 procent in 2004 wettelijk vast, nadat de FCC een jaar eerder had geprobeerd de limiet van 35 naar 45 procent te verhogen. In dezelfde wet stond dat de toezichthouder de grens niet mocht aanpassen tijdens de vierjaarlijkse evaluatie van mediaregels.
Belangenorganisatie Free Press heeft aangekondigd een rechtszaak aan te spannen. Juridisch directeur Matt Wood stelt dat alleen het Congres de grens kan wijzigen. Hij waarschuwt dat grote, aan Trump verbonden investeerders hierdoor zenders kunnen opkopen, met banenverlies onder journalisten en minder lokale inhoud als mogelijk gevolg.
Democratisch FCC-lid Anna Gomez stemde tegen de afschaffing. Zij zegt dat zowel voormalige Republikeinse FCC-bestuurders als oud-politici die betrokken waren bij de wetgeving menen dat de commissie niet bevoegd is de limiet te schrappen. Volgens Gomez kan alleen het Congres deze wettelijke grens aanpassen.
Carr verwijst naar een uitspraak van een federaal hof uit 2002, waarin werd gesteld dat een eerdere wettelijke limiet van 35 procent slechts een vertrekpunt was voor latere beoordeling door de FCC. Die uitspraak dateert van vóór de wet uit 2004. Daarnaast hoeven rechters sinds een uitspraak van het Hooggerechtshof in 2024 minder gewicht toe te kennen aan de interpretatie van federale toezichthouders.
De FCC verleende eerder al een uitzondering voor de overname van Tegna door Nexstar Media Group. Daardoor zou Nexstar meer dan de helft van de Amerikaanse tv-huishoudens bereiken. Een rechter heeft de bedrijven voorlopig verboden hun activiteiten te integreren, in afwachting van een mededingingszaak.



